Geschiedenis Natuur Wandelen Dieren in de Dordogne Uitstapjes Wetenswaardigheden Bloemen en bomen  Foto's uit de Dordogne Historische foto's Voorjaar Zomer Herfst Winter Links Oude auto's in de Dordogne De laatste nieuwtjes Contact





telefoon;

0113-644001

Copyright © 2003
Laatst bijgewerkt
05 juni 2016

 

  


Perigordijnse architectuur

Voor wie interesse heeft in oude bouwkunst en geschiedenis valt er in de Dordogne veel te ontdekken. Door de lange isolatie van het gebied en de relatief geringe schade die de streek opliep in de Tweede Wereldoorlog is veel in originele staat bewaard gebleven. Inmiddels wordt die waarde internationaal erkend en is bijvoorbeeld Sarlat met veel nationale en internationale hulp schitterend gerestaureerd. Maar de charme van de Perigord ligt in de ontdekkingen van kleine gehuchten met de meest fraaie agrarische architectuur, Middeleeuwse gefortificeerde kerken en Romaanse bouwkunst. Het merendeel van de traditionele huizen die u ziet is gebouwd tussen 1750 en 1900, vaak op de resten van nog oudere bouwwerken. Op deze pagina vindt u er een aantal voorbeelden van. De zonnige gele zandsteen, de geknikte hoge puntige daken en hier en daar nog de oude natuurstenen dakbedekking (lauzes) zorgen voor een romantisch beeld. Maar voor wie goed zoekt zijn er ook de meest prachtige voorbeelden van Romaanse bouwkunst te vinden in de vorm van kerken en kloosters. De bouwstijl kent tal van invloeden, Romeinen, Gallo Romaans, Romaans en hier en daar is ook de invloed van de Moren waarneembaar. Een uniek mengsel met een bijzonder resultaat.

Het karakteristieke huis in de Perigord is massief en vierkant. Minimaal 70 cm. dikke natuurstenen muren, die met leem en een beetje kalk zijn gevoegd, dragen indrukwekkende dakconstructies met sterk hellende daken. Die bouwstijl is ontstaan uit wat de inwoners voorhanden hadden. De goudkleurige zandsteen bijvoorbeeld, die de oude gebouwen van Thiviers in het noorden tot ver in de Lot een lichte en zomers romantische sfeer bezorgt. En de steile zware dakconstructies ontstonden om de "lauzes" te dragen, platte kalkstenen die werden gebruikt als dakbedekking lang voordat er dakpannen uitgevonden waren. Een steiler dak geeft immers meer verticale druk en daardoor sterkte en hout voor zware balkconstructies was in overvloed beschikbaar. Nog steeds is "charpentier" een ambachtelijk beroep in de Dordogne. Anders dan de "menuisier" (timmerman) houdt de "charpentier" zich vooral bezig met de balkconstructies die vaak zeer gecompliceerd zijn en altijd zwaar uitgevoerd en met de oude bevestigingsmethoden als pen/gat en zwaluwstaart.

Naar daken met "lauzes" moet u tegenwoordig zoeken (zie apart kader), maar de dakconstructies zijn traditioneel stevig gebleven. De combinatie van okergeel met steile rode of grijze daken heeft geleid tot een elegante bouwstijl die extra aantrekkelijk is door het vaak verweerde en authentieke uiterlijk.

De huizen weerspiegelen de geschiedenis van het platteland in de Perigord. Onder aan de ladder staat de "borderie", een klein huisje met maar 1 kamer waarin de arbeider woonde, waste, sliep en at.  Je ziet die huisjes nog frequent, er staan er bijvoorbeeld langs de weg in Magnac en Eyzerac en soms zijn ze gerestaureerd en bewoond, al dan niet met een uitbouw om de beperkte ruimte wat te vergroten.  Ze stonden meestal op land van een boer of landeigenaar en de huur bestond uit een aantal dagen werken voor de eigenaar van de grond. In ruil daarvoor kon de arbeider een stukje land bewerken en wat dieren houden.

Het volgende niveau is de "longère", in Engeland ook bekend als "longhouse", een langgerekt gebouw waar een kleine boer woonde met vijf tot tien hectare land.  Via Normandië is die bouwstijl in de Middeleeuwen ook op het Engelse platteland overgenomen. Les Chauffours is een voorbeeld van zo'n "longère". In een originele "longere" zitten er alleen ramen aan één lange kant van het huis en er is geen gang. Je gaat door de ruimte naar de volgende ruimte. Stal en huis bevonden zich onder één dak, geslapen werd op zolder boven de stal zodat de warmte van de dieren nuttig werd gebruikt. Er zijn ook "longeres"bekend die maar één ruimte hadden voor zowel stal als woonruimte, zoals ook in de Nederlandse stolpboerderij soms in één ruimte met de dieren werd geleefd.

 In Les Chauffours was de woonruimte waar nu de slaapkamer op de begane grond met open haard zich bevindt. De huidige woonkamer was de stal en de keuken was het varkens- of kippenhok dat tijdens de restauratie werd verhoogd en voorzien werd van een dak. In een eenvoudige boerenkamer bevond zich een kist voor de kleren en kostbaarheden, een tafel en een paar banken, na 1850 aangevuld met stoelen. Er waren soms uitbouwtjes voor een varken of kippen en vaak zaten er gaten in de muur voor de duiven. Duiven werden gehouden voor de mest en voor het vlees. Ook in Les Chauffours zijn de duivengaatjes behouden gebleven gedurende de restauratie aan het begin van de tachtiger jaren.

Iets groter was het huis met twee volwaardige verdiepingen, soms gebouwd op een oude "borderie" of "longere". De welvaart van de boer steeg, hij kreeg meer land en dus had hij een separate schuur nodig waar dieren, apparatuur en hooi onderdak vonden. De bovenverdieping van het huis was leef- en slaapruimte. Onder werd wijn opgeslagen, of bevond zich de werkplaats en soms werd het gebruikt als schapenstal. Oorspronkelijk hadden deze huizen vaak een massief stenen buitentrap met een balkon onder een uitstekend deel van het dak, een "balet". Dit soort ingangen kunt u nog overal in de omgeving vinden

 

Wiens welvaart verder steeg verbouwde zijn panden tot "Châtelet" (zie hieronder La Boudelie")  of bouwde een heus kasteel.

Opmerkenswaard is de "cabane" of "borie", een hut die in elkaar werd gelegd met stenen zonder cement of houten balken. U vindt ze overal, op velden, in het bos en zelfs in de stad. In dialect heten ze "cabam" met twee korte a's en het is een kenmerk vand e Dordogne, maar u vindt ze ook in de Lot en ook in bijvoorbeeld Ierland vindt u bouwwerken die op deze manier zijn geconstrueerd. Vooral het construeren van het dak vergt veel ervaring om het stevig te maken zodat het niet instort. Ze werden gebruikt als tijdelijk huisje, kippenhok of tuinschuurtje, maar zijn nu vooral nog decoratief.

La Boudelie

Toen we in 1998 voor het eerst in de Dordogne kwamen was restauratie van oude gebouwen een zeldzaamheid. Fransen gaven de voorkeur aan prefab nieuwbouw, dat was praktischer en goedkoper. De dikke muren van oude Perigordijnse huizen, die er zo robuust uitzien, zijn slechts gevoegd met leem en soms wat kalk. En dat betekent dat als het dak stuk is of lekt de voegen uitspoelen door het regenwater. Met een lekkend dak zie je zo'n gebouw in enkele jaren verworden tot een hoop stenen. In de afgelopen vijf jaar zijn het echter niet alleen meer de buitenlanders die restaureren. Ook de Fransen worden zuiniger op hun erfgoed en knappen in toenemende mate huizen en boerderijen op.

Het toezicht op stijl en methoden van restauratie is toegenomen en in de omgeving van het huis is bijvoorbeeld "La Boudelie"  een fraai voorbeeld van een gebouwencomplex dat nog net op tijd is gered van verval. La Boudelie is een  Franse "Châtelet" die niet ver van het huis ligt op de weg naar Excideuil. Ooit als boerderij gesticht werd het gebouw in de 18e en 19e eeuw uitgebreid tot een ware heerboerderij. De oorspronkelijk 16e eeuwse kleine boerderij moest meer aanzien krijgen en er werden vleugels aangebouwd met grote zalen met open haarden en fraaie massief zandstenen trappartijen. Ze vertellen iets over de welvaart van de boeren uit die tijd. In de afgelopen decennia raakten de negen gebouwen waaruit La Boudelie bestaat totaal vervallen en bomen groeiden dwars door de daken heen. In het begin van deze eeuw werd het complex gekocht door een Duits architectenechtpaar die een groot deel van de gebouwen minutieus restaureerde. Er kwamen 17e eeuwse schoorstenen van achter valse wanden en de zandstenen trappartijen werden in oude glorie hersteld. Het mengsel van laat Middeleeuwse bouw en de dakkapellen en gebroken daken uit de Renaissance vormt een fraai geheel in een setting van golvende weilanden en bosgebieden. De restaurateurs lieten kenmerkende details ongemoeid. Zo heeft een origineel Perigordijns huis geen dakgoten en is ook de kapconstructie en dakbedekking geheel in originele staat gerestaureerd. Enkele jaren geleden werd La Boudelie verkocht aan Fransen die het nu als weekendverblijf gebruiken. 

 

Vroeg Middeleeuwse kunst

Wie goed zoekt vindt in de Dordogne juweeltjes van Romaanse bouwkunst zoals de kerk in St. Leon de Vezere, de gefortificeerde kerk in St. Amand de Coly en natuurlijk Periguex en Sarlat. In de afgelopen eeuwen werden gebouwen niet zelden verwoest of aangepast aan de nieuwe mode zoals in de renaissance. Maar soms vonden vernielers of vernieuwers de oude kunst te fraai om te vernietigen. Zoals in Thiviers waar de koepels van de kerk in 1515 werden vervangen door gotische gewelven. Zonde, want de kerk is er niet mooier op geworden, maar gelukkig spaarde men de vroeg Middeleeuwse kapitelen, een serie fraai gebeeldhouwde voorstellingen van goed en kwaad met mensverslindende monsters, dieren en aan elkaars haren trekkende mensen. De kerk is meestal open, neem er gerust een kijkje.  

Soortgelijk beeldhouwwerk vindt u in de 12e eeuwse kerk van St. Robert iets ten oosten van Hautefort. De meest vermakelijke is een groepje waarbij twee mannen aan elkaars baard trekken.  


En hieronder nog een voorbeeld aan de buitenmuur van de indrukwekkende Romaanse kerk in St. Amand de Coly vlakbij Montignac. 

 

In Cadouin vindt u deze typisch Franse winkelgevel uit de 19e eeuw in een prachtige staat. In veel plaatsen als bijvoorbeeld Excideuil en Cadouin vindt u nog erg oude winkelpanden, al of niet gemoderniseerd, met de puien uit lang vervlogen tijden. Soms verbergen ze de meest obscure ambachten als schoorsteenveger of koperslager, slotenmaker of gewoon winkel van Sinkel.

Eveneens in Cadouin deze meer recente schuurdeuren. In de Dordogne maakt niemand zich druk over verven of onderhoud. Gebouwen stralen vaak een authentieke ouderdom uit door het feit dat er (nog) niet driftig wordt gerepareerd en gerestaureerd. Meer en meer gebouwen worden inmiddels gerestaureerd en dat is ook nodig om ze voor verder verval te behoeden, maar niets zo mooi als een oude burcht, boerderij of ruine waarin je nog een oude tondeldoos kunt vinden en waar niets is veranderd in de afgelopen vijftig jaar.

 

 

 








"Lauzes"


De dakconstructies van de meeste huizen in de Dordogne zijn fors uitgevoerd met ondersteunende schraagconstructies voor zowel nok als spanten waardoor een waar spinnenweb van dakbalken ontstaat. Deze bouwwijze is ontstaan door het oude gebruik van "lauzes", natuurstenen dakpannen die op elkaar gestapeld werden. Als u goed kijkt ziet u ze nog op oude huizen in bijvoorbeeld Sarlat en St. Amand de Coly. Er zijn nog slechts enkele ambachtslieden die dergelijke daken kunnen dekken. Een dak met "lauzes"weegt 500 tot 800 kg. per m2 en daarom zijn de daken hier zo zwaar ondersteund. Een rekensommetje leert dat een dak met "lauzes" op Les Chauffours ongeveer 40 ton zou wegen (40.000 kg.!) De traditie van de zware dakconstructies is gewoon voortgezet, ook al ligt er nu op de meeste huizen een veel lichter dak van leisteen of dakpannen op de zware kastanjehouten balken.


"La pigeonniere"


U komt ze overal tegen in de Dordogne, de sierlijke duiventillen. Soms bij kastelen en soms gewoon midden in het land. Vroeger was een speciale vergunning nodig voor het hebben van een "pigeonniere" en een grote duiventil was dan ook een teken van rijkdom. Duiven werden gehouden voor het vlees, maar vooral voor de duivenmest, die o.a. bij het broodbakken werd gebruikt. Er bestaan er nog duizenden in de Dordogne in de meest sierlijke vormen, rond, vierkant, op poten (tegen het ongedierte)  of gewoon massief.  Er kwamen steeds meer vergunningstelsels voor het houden van duiven zodat alleen de hogere klasse echte duiventillen had. De kleine boeren hadden meestal wat gaten in hun huis of stal waar een paar koppel duiven werd gehouden.  De chique duiventillen werden niet te dicht bij de huizen geplaatst vanwege het kabaal en de stank en vaak plaatsten de gewiekste landeigenaren de bouwwerken dichtbij hun landsgrens zodat de duiven gingen eten op het land van de buurman. De kleine boeren klaagden steen en been over de zwermen duiven die hun oogst opaten en om hen te beschermen  werd in 1789 het houden van duiven geheel verboden.