Perigordijnse architectuur
Voor wie
interesse heeft in oude bouwkunst en geschiedenis valt er in de Dordogne
veel te ontdekken. Door de lange isolatie van het gebied en de relatief
geringe schade die de streek opliep in de Tweede Wereldoorlog is veel in
originele staat bewaard gebleven. Inmiddels wordt die waarde
internationaal erkend en is bijvoorbeeld Sarlat met veel nationale en
internationale hulp schitterend gerestaureerd. Maar de charme van de
Perigord ligt in de ontdekkingen van kleine gehuchten met de meest
fraaie agrarische architectuur, Middeleeuwse gefortificeerde kerken en
Romaanse bouwkunst. Het merendeel van de traditionele huizen die u ziet
is gebouwd tussen 1750 en 1900, vaak op de resten van nog oudere
bouwwerken. Op deze pagina vindt u er een aantal voorbeelden
van. De zonnige gele zandsteen, de geknikte hoge puntige daken en hier
en daar nog de oude natuurstenen dakbedekking (lauzes) zorgen voor een romantisch
beeld. Maar voor wie goed zoekt zijn er ook de meest prachtige
voorbeelden van Romaanse bouwkunst te vinden in de vorm van kerken en
kloosters. De bouwstijl kent tal van invloeden, Romeinen, Gallo Romaans,
Romaans en hier en daar is ook de invloed van de Moren waarneembaar. Een
uniek mengsel met een bijzonder resultaat.
Het karakteristieke huis in de
Perigord is massief en vierkant. Minimaal 70 cm. dikke natuurstenen
muren, die met leem en een beetje kalk zijn gevoegd, dragen
indrukwekkende dakconstructies met sterk hellende daken. Die bouwstijl
is ontstaan uit wat de inwoners voorhanden hadden. De goudkleurige
zandsteen bijvoorbeeld, die de oude gebouwen van Thiviers in het noorden
tot ver in de Lot een lichte en zomers romantische sfeer bezorgt. En de
steile zware dakconstructies ontstonden om de "lauzes" te dragen, platte
kalkstenen die werden gebruikt als dakbedekking lang voordat er
dakpannen uitgevonden waren. Een steiler dak geeft immers meer verticale
druk en daardoor sterkte en hout voor zware balkconstructies was in overvloed beschikbaar.
Nog steeds is "charpentier" een ambachtelijk beroep in de Dordogne.
Anders dan de "menuisier" (timmerman) houdt de "charpentier" zich vooral bezig met de
balkconstructies die vaak zeer gecompliceerd zijn en altijd zwaar
uitgevoerd en met de oude bevestigingsmethoden als pen/gat en
zwaluwstaart.

Naar daken met "lauzes" moet u
tegenwoordig zoeken (zie apart kader), maar de dakconstructies zijn
traditioneel stevig gebleven. De combinatie van okergeel met steile rode
of grijze daken heeft geleid tot een elegante bouwstijl die extra
aantrekkelijk is door het vaak verweerde en authentieke uiterlijk.
De huizen
weerspiegelen de geschiedenis van het platteland in de Perigord. Onder
aan de ladder staat de "borderie", een klein huisje met maar 1 kamer
waarin de arbeider woonde, waste, sliep en at. Je ziet die huisjes
nog frequent, er staan er bijvoorbeeld langs de weg in Magnac en Eyzerac
en soms zijn ze gerestaureerd en bewoond, al dan niet met een uitbouw om
de beperkte ruimte wat te vergroten. Ze stonden meestal op land
van een boer of landeigenaar en de huur bestond uit een aantal dagen
werken voor de eigenaar van de grond. In ruil daarvoor kon de arbeider
een stukje land bewerken en wat dieren houden.
Het volgende niveau is de "longère", in Engeland ook bekend als
"longhouse", een langgerekt gebouw waar een kleine boer woonde met vijf
tot tien hectare land. Via Normandië is die bouwstijl in de
Middeleeuwen ook op het Engelse platteland overgenomen. Les Chauffours
is een voorbeeld van zo'n "longère". In een originele "longere" zitten
er alleen ramen aan één lange kant van het huis en er is geen gang. Je
gaat door de ruimte naar de volgende ruimte. Stal en huis bevonden zich
onder één dak, geslapen werd op zolder boven de stal zodat de warmte van
de dieren nuttig werd gebruikt. Er zijn ook "longeres"bekend die maar
één ruimte hadden voor zowel stal als woonruimte, zoals ook in de
Nederlandse stolpboerderij soms in één ruimte met de dieren werd
geleefd.

In Les
Chauffours was de woonruimte waar nu de slaapkamer op de begane grond
met open haard zich bevindt. De huidige woonkamer was de stal en de
keuken was het varkens- of kippenhok dat tijdens de restauratie werd
verhoogd en voorzien werd van een dak. In een eenvoudige boerenkamer
bevond zich een kist voor de kleren en kostbaarheden, een tafel en een
paar banken, na 1850 aangevuld met stoelen. Er waren soms uitbouwtjes
voor een varken of kippen en vaak zaten er gaten in de muur voor de
duiven. Duiven werden gehouden voor de mest en voor het vlees. Ook in
Les Chauffours zijn de duivengaatjes behouden gebleven gedurende de
restauratie aan het begin van de tachtiger jaren.
Iets groter was
het huis met twee volwaardige verdiepingen, soms gebouwd op een oude "borderie"
of "longere". La Colonie is daarvan een voorbeeld. De welvaart van de
boer steeg, hij kreeg meer land en dus had hij een separate schuur nodig
waar dieren, apparatuur en hooi onderdak vonden. De bovenverdieping van
het huis was leef- en slaapruimte. Onder werd wijn opgeslagen, of bevond
zich de werkplaats en soms werd het gebruikt als schapenstal. Wie goed
kijkt kan het verschil in metselwerk ontdekken tussen de begane grond en
de eerste verdieping in La Colonie. Hier heeft de bewoner,
waarschijnlijk ergens in de 19e eeuw, het huis verhoogd van tot een huis
met twee volwaardige verdiepingen. De schuur van La Colonie is
waarschijnlijk ouder dan het huis, in elk geval veel ouder dan de
verandering naar twee verdiepingen. La Colonie of het huis wat er
stond voor het huidige gebouw is gebouwd in de 17e eeuw of vroeger en is
dus meer dan 300 jaar oud. In de tuin hebben we stenen gevonden
die ooit een deur omkaderden met afgeschuinde kanten, een kenmerk voor
de bouwstijl in die tijd. Oorspronkelijk hadden deze huizen vaak een
massief stenen buitentrap met een balkon onder een uitstekend deel van
het dak, een "balet". Dit soort ingangen kunt u nog overal in de
omgeving vinden
Eigenlijk wilde
de eigenaar van La Colonie zo'n 200 jaar geleden het huis doen lijken op
een "Maison de maître", een "stads" huis met een strakke symmetrische
indeling en aanzien. Dat waren de huizen waar in steden als
Excideuil en Thiviers de notabelen in woonden en die stijl werd op het
platteland overgenomen.
Wiens welvaart
verder steeg verbouwde zijn panden tot "Châtelet" (zie hieronder La
Baudelie") of bouwde een heus kasteel.

Opmerkenswaard is
de "caban" of "borie", een hut die in elkaar werd gelegd met stenen
zonder cement of houten balken. U vindt ze overal, op velden, in het bos
en zelfs in de stad. In dialect heten ze "cabam" met twee korte a's en
het is een kenmerk vand e Dordogne, maar u vindt ze ook in de Lot en ook
in bijvoorbeeld Ierland vindt u bouwwerken die op deze manier zijn
geconstrueerd. Vooral het construeren van het dak vergt veel ervaring om
het stevig te maken zodat het niet instort. Vlakbij La Colonie staat een
heel mooi exemplaar die recent is gemaakt als "pigeonniere" (duiventil).
Ze werden gebruikt als tijdelijk huisje, kippenhok of tuinschuurtje,
maar zijn nu vooral nog decoratief.
La Baudelie
Toen we in 1998 voor het eerst
in de Dordogne kwamen was restauratie van oude gebouwen een
zeldzaamheid. Fransen gaven de voorkeur aan prefab nieuwbouw, dat was
praktischer en goedkoper. De dikke muren van oude Perigordijnse huizen,
die er zo robuust uitzien, zijn slechts gevoegd met leem en soms wat
kalk. En dat betekent dat als het dak stuk is of lekt de voegen
uitspoelen door het regenwater. Met een lekkend dak zie je zo'n gebouw
in enkele jaren verworden tot een hoop stenen. In de afgelopen vijf jaar
zijn het echter niet alleen meer de buitenlanders die restaureren. Ook
de Fransen worden zuiniger op hun erfgoed en knappen in toenemende mate
huizen en boerderijen op.

Het toezicht op stijl en
methoden van restauratie is toegenomen en in de omgeving van de huizen
is bijvoorbeeld "La Baudelie" vlakbij La Colonie een fraai voorbeeld van
een gebouwencomplex dat nog net op tijd is gered van verval.
La Baudelie is een Franse
"Châtelet". Ooit als
boerderij gesticht werd het gebouw in de 18e en 19e eeuw uitgebreid tot
een ware heerboerderij. De oorspronkelijk 16e eeuwse kleine boerderij
moest meer aanzien krijgen en er werden vleugels aangebouwd met grote
zalen met open haarden en fraaie massief zandstenen trappartijen. Ze
vertellen iets over de welvaart van de boeren uit die tijd. In de
afgelopen decennia raakten de negen gebouwen waaruit La Baudelie bestaat
totaal vervallen en bomen groeiden dwars door de daken heen. In het
begin van deze eeuw werd het complex gekocht door een Duits
architectenechtpaar die een groot deel van de gebouwen minutieus
restaureerde. Er kwamen 17e eeuwse schoorstenen van achter valse wanden
en massief zandstenen trappartijen werden in oude glorie hersteld. Het mengsel van laat Middeleeuwse bouw en de dakkapellen
en gebroken daken uit de Renaissance vormt een fraai geheel in een
setting van golvende weilanden en bosgebieden. De restaurateurs lieten
kenmerkende details ongemoeid. Zo heeft een origineel Perigordijns huis
geen dakgoten en is ook de kapconstructie en dakbedekking
geheel in originele staat gerestaureerd. Enkele jaren geleden werd La Baudelie verkocht aan Fransen die het nu als weekendverblijf gebruiken.
U kijkt vanuit de slaapkamer van La Colonie uit op La Baudelie. Als u
iets meer naar rechts kijkt in het weiland aan de overkant van de weg
ziet u een oude ruïne, hiervoor is de redding uitgebleven en de ruïne is
bijna onzichtbaar geworden door de overwoekerende bramenstruiken.

Klik hier voor een verslag van de
restauratie van La Colonie.

Vroeg Middeleeuwse kunst
Wie goed zoekt vindt in de Dordogne juweeltjes van Romaanse bouwkunst
zoals de kerk in St. Leon de Vezere, de gefortificeerde kerk in St. Amand de Coly en natuurlijk
Periguex en Sarlat. In de afgelopen eeuwen
werden gebouwen niet zelden verwoest of aangepast aan de nieuwe mode
zoals in de renaissance. Maar soms vonden vernielers of vernieuwers de
oude kunst te fraai om te vernietigen. Zoals in Thiviers waar de koepels
van de kerk in 1515 werden vervangen door gotische gewelven. Zonde, want
de kerk is er niet mooier op geworden, maar gelukkig spaarde men de
vroeg Middeleeuwse kapitelen, een serie fraai gebeeldhouwde
voorstellingen van goed en kwaad met mensverslindende monsters, dieren
en aan elkaars haren trekkende mensen. De kerk is meestal open, neem er
gerust een kijkje.

Soortgelijk beeldhouwwerk vindt u in de 12e eeuwse kerk van St. Robert
iets ten oosten van Hautefort. De meest vermakelijke is een groepje
waarbij twee mannen aan elkaars baard trekken.

En hieronder nog een voorbeeld aan de buitenmuur van de indrukwekkende
Romaanse kerk in St. Amand de Coly vlakbij Montignac.



In Cadouin vindt u deze typisch Franse winkelgevel
uit de 19e eeuw in een prachtige staat. In veel plaatsen als
bijvoorbeeld Excideuil en Cadouin vindt u nog erg oude winkelpanden, al
of niet gemoderniseerd, met de puien uit lang vervlogen tijden. Soms
verbergen ze de meest obscure ambachten als schoorsteenveger of
koperslager, slotenmaker of gewoon winkel van Sinkel.

Eveneens in Cadouin deze meer recente schuurdeuren. In de Dordogne maakt
niemand zich druk over verven of onderhoud. Gebouwen stralen vaak een
authentieke ouderdom uit door het feit dat er (nog) niet driftig wordt
gerepareerd en gerestaureerd. Meer en meer gebouwen worden inmiddels
gerestaureerd en dat is ook nodig om ze voor verder verval te behoeden,
maar niets zo mooi als een oude burcht, boerderij of ruine waarin je nog
een oude tondeldoos kunt vinden en waar niets is veranderd in de
afgelopen vijftig jaar.