|
Tineke Beishuizen
Tineke Beishuizen heeft een huis
in de Morvan en schrijft daar regelmatig over in de Libelle. In het
onderstaande stukje lazen we veel herkenbaars....
"Wat
hébben jullie eigenlijk aan zo'n huisje?"
vragen vrienden na het horen van onze klusverhalen.
Ik sta op een aluminium trapje,
mijn knie tegen een trede gedrukt uit angst om te vallen. In mijn hand
een schuurmachine die te groot en te zwaar is voor iemand die er voor
het eerst mee in de weer is. De zon brandt op mijn rug, want het is
oktober, de maand die de weergeschiedenis in zal gaan als een
warmterecordbreker. De machine maakt een oorverdovende herrie en beweegt
alsof hij wil ontsnappen. Als ik hem af en toe uitzet, omdat ik kramp in
mijn arm krijg, hoor ik een eindje verderop een soortgelijk geluid. Dat
is Jean, die in de grote schuur bezig is met het schuren van de
slaapkamerramen. Hij heeft in elk geval het voordeel dat zijn rug niet
zo warm wordt en en aan de andere kant lijdt hij daardoor ook niet onder
het spijtige gevoel dat één van de laatste prachtige dagen van het jaar
aan ons voorbijgaat terwijl wij er niks leuks mee doen. "Wat hebben
jullie eigenlijk aan zo'n huisje?"vragen vrienden nadat ze onze verhalen
over de vele klussen hebben aangehoord. Het is een vraag waarop ik soms
moeilijk een antwoord kan geven. Maar op andere momenten weet ik het
heel goed. In de vroege ochtend bijvoorbeeld, als ik de ramen van de
slaapkamer wijd opendoe en over de vensterbank geleund kijk naar de
heuvels aan de overkant, glanzend in het eerste licht van de ochtendzon.
De absolute afwezigheid van door de mens veroorzaakte geluiden. De lage
nevel op de weilanden waarin de Charolais koeien lijken te zweven. Ik
kan vertellen over het geluid van kleine stroompjes, die kabbelen en
gorgelen en neuriën. Over wilde
orchideetjes en koekoeksbloemen. Ik kan ook beschrijven hoe aan het eind
van de dag de zon op een andere plek achter de heuvels zakt en de hemel
kleurt met pasteltinten. Of hoe ik van het terras zie hoe koeien
verplaatst worden van het ene weiland naar het andere, door mannen met
stokken die de koeien voor zich uitdrijven met kreten die al eeuwenlang
gebruikt worden. En ik kan het hebben over de gesprekken met buren, die
vrienden zijn geworden, van onze kant gevoerd in moeizaam Frans, van hun
kant gevoerd met veel geduld. En over het verlangen om daar weer te
zijn, na een paar maanden afwezigheid. Ach, er is zoveel te antwoorden
op de vraag waarom het de moeite waard is, zo'n huisje in een ander
land. Maar de antwoorden zijn zo klein, zo weinig opzienbarend, dat ik
het vaak maar laat zitten.
Tineke
Beishuizen

telefoon;
0113-644001
Copyright © 2003
Laatst bijgewerkt
01 May 2010
|

De plaats waar later de keukendeur en het terras komt. De "crepi" is
deels afgebikt en de mooie gele zandstenen verschijnen.

De sloopwerkzaamheden binnen en buiten namen maanden in beslag. Huizen
van natuursteen bestaan in de Dordogne altijd uit een stevig casco met
muren van 70 cm tot soms wel een meter dik. Als het dak goed is zijn die
muren onverwoestbaar. Maar de rest is meestal oud en niet meer te
redden. Ramen, luiken, elektrische installatie, waterleiding, vloeren,
plafonds, oude stuclagen, alles moest eruit.

Het zandstralen van de buitenmuren was een zware klus waarvoor vier pallets scherp zand werden
verspoten.
Voegen gebeurt met een luchtcompressor onder hoge druk.
Op de donkere kant de originele "crepi", op de lichte
kant zijn de donkere vlakken zichtbaar van de zojuist aangebrachte voegspecie.

Het aanbrengen van de ramen gebeurt met zes ankers in de
grote zandstenen die de omkadering vormen. Zo'n grote steen weegt
gemakkelijk 150 tot 300 kg en vangt de druk van de enorme stenen muren
boven ramen en deuren op.

Op deze foto is de eerste fase afgerond. De ramen zijn gemonteerd, de
muren zijn gevoegd, Inmiddels zijn tien maanden na de aankoop
verstreken. In de daaropvolgende winter wordt het buitenterrein
gefatsoeneerd en opgeruimd, eveneens een omvangrijke klus die de inzet
van groot materieel vergt. De aanvoer van elektriciteit en telefoon was
tot nu toe bovengronds en dat wilden we graag ondergronds. Graafwerk
dus!


Al het graafwerk hebben we zelf gedaan, erg leuk werk
met zo'n minikraantje sleuven graven en mantelpijpen en afvoerbuizen
leggen. En daarna natuurlijk de 8000 m2 tuin netjes egaliseren en
klaar maken voor het inzaaien van gras.
|
 |

voor
na
Veel huurders
hebben ons gevraagd iets te vertellen over en te laten zien van de
restauratie van La Colonie. De restauratie nam ruim twee jaar in
beslag en met uitzondering van het dak, de muren en de
verdiepingsvloeren werd alles vernieuwd.
Geschiedenis
We weten niet
zo heel veel over de geschiedenis van La Colonie, het is lange tijd
in bezit geweest van een grootgrondbezitter die in de buurt veel
landerijen en boerderijen bezat. Enkele decennia geleden ging zijn
erfenis naar zijn dochter en deze wachtte geduldig tot de periode
van de "plus value" belasting verstreek (22 jaar!). In de tussentijd
werd het huis verhuurd en als laatste woonde er een oude vrouw in.
Voordat wij een elektrische verwarmingsinstallatie inbouwden heeft
het huis in al die honderden jaren nooit andere verwarming gekend dan open haarden en
pas enige tientallen jaren geleden werd een WC ingebouwd. La Colonie
of Puy Chapon, zoals het huis toen heette, stond
dan ook bekend als een koud en tochtig huis boven op de heuvel. In
de winter moet het moeilijk geweest zijn om het huis alleen met het
stoken van hout in de open haard warm te krijgen, maar men was in
vroeger tijden gewend aan minder comfort. Dun
glas in ramen van honderd jaar oud zorgde ervoor dat de wind dwars
door het huis waaide. De dochter van de overleden grootgrondbezitter, inmiddels ver in de zestig,
besloot in de aanvang van deze eeuw een aantal bezittingen te
verkopen waaronder La Colonie. Het had ruim een jaar te koop gestaan
toen wij het ontdekten en kochten in 2002. Het huis stond op precies
999 meter van het eerste huis dat we vier jaar eerder kochten, Les
Chauffours. Dat huis was geheel gerestaureerd toen we het kochten,
maar dit exemplaar behoefde enige zorg.......
Het onderste
gedeelte van het huis is een boerenwoning die honderden jaren
oud is en, waarschijnlijk in de 19e eeuw, is verbouwd tot een groter
en vooral veel hoger pand met de uitstraling van een "Maison de
Maitre".
Wie goed kijkt kan het verschil in metselwerk tussen bovenverdieping
en onderverdieping waarnemen. Veel ouder is de
schuur, die ook een keer is vergroot, zowel in de hoogte als in de
lengte. Het oudste deel is mogelijk tussen 300 en 400 jaar oud. Tot
enige tientallen jaren geleden werden huis, schuur en land gebruikt
als kleine boerderij met een paar varkens, een stuk of vijf koeien,
ganzen, kippen, eenden en duiven.
 
voor
na
Exterieur
Begonnen werd
met het exterieur. Het huis was, geheel overeenkomstig de mode aan
het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw aan
de buitenzijde gestukadoord met "crepi" (zie de eerste foto boven
links). De zeventig centimeter dikke natuurstenen muren zijn gebouwd
voordat portlandcement bestond en de voegen werden daarom vroeger gevuld met
klei en soms wat kalk. Dat vergde voortdurend onderhoud, want de
regen spoelde de klei uit met als gevolg dat de muren verzwakten. Toen betere cementsoorten
beschikbaar kwamen werden daarom veel natuurstenen muren bedekt met
een dikke laag "crepi" om de muren definitief te beschermen. We
hadden voor de aankoop van het huis een stuk "crepi" verwijderd en gezien dat
zich onder de "crepi" de zo karakteristieke en mooie okergele
zandstenen muren bevonden. Die muren in de oude staat herstellen is
specialistenwerk.
Eerst wordt de
laag "crepi" helemaal afgebikt en vervolgens worden de muren
gezandstraald. Daarbij wordt de aanwezige leem en kleinere stenen
verwijderd tot een diepte van ongeveer vijf centimeter. Dat moet je
voldoende diep doen voor een goede hechting van de nieuwe
voegspecie, maar niet te diep want dan loop je het risico dat de
stenen loskomen en dan kan er pardoes een paarhonderd kilo stenen
naar beneden komen.
Vervolgens wordt
met hoge druk voegspecie in de voegen gespoten. Om de karakteristieke
kleur te krijgen wordt het plaatselijke rode zand gebruikt en witte
cement. Verder worden middelen toegevoegd voor hechting en viscositeit.
Na enige tijd drogen wordt de muur met de hand met de staalborstel
schoongeborsteld en ontstaat het uiterlijk zoals het nu is. Het is een
zware klus die acht weken in beslag nam.
Het dak
was in goede staat, het was grondig gerepareerd na schade
die was ontstaan tijdens de beruchte "tempete"(storm) aan het
einde van 1999. Wel waren alle ramen en deuren zo oud dat ze aan
vervanging toe waren. En dat werd de volgende klus.
Ramen en deuren
In Frankrijk
bestaat een erg goed systeem om complete kozijnen en ramen op maat te
maken en in zijn geheel te plaatsen in de zandstenen omkadering. Het is
degelijk handwerk van uitstekende kwaliteit en uitgevoerd met goed hang-
en sluitwerk, thermopane glas etc. In La Colonie waren twee
buitendeuren en veertien grote ramen te vernieuwen.
 
De oude voordeur
was helaas niet meer te redden. Een plaatselijke timmerman maakte de
deuren met het originele ijzerwerk van de oude deur precies na en kapte daarvoor het
reliëf in de deur met de hand uit. Veel timmermanswerk wordt nog met
oude vakkennis gedaan. Precies schaven doet men nog met een glasscherf,
vulmiddel wordt zelf gemengd met het zaagsel van de planken waarmee
gewerkt wordt, een randje aan bijvoorbeeld een vensterbank wordt
niet met een frees, maar met de hand met een guts gemaakt. Gaten worden
met een handboor geboord, dat vindt men nauwkeuriger dan een elektrische
boormachine. En haast als vanzelfsprekend worden de oude
houtverbindingen met pennen en zwaluwstaarten gebruikt. Het is mooi
timmermanswerk dat waarschijnlijk ook hier langzaam zal gaan verdwijnen ten
gunste van snelheid en efficiency.
De eerste fase
was afgerond, de ramen zaten er in, de muren waren gevoegd, het lijkt
alsof er al schot in de zaak komt, maar nu begon het pas.
Hou u vast
voor de volgende ronde; het interieur.
Naar pagina 2, het interieur.
 
terug naar de homepage
|