Het interieur
In het
interieur moest erg veel gebeuren. De elektriciteitsinstallatie
stamde uit de veertiger of vijftiger jaren en was vrijwel
verpulverd, een noemenswaardige waterleiding was niet aanwezig en
het soldeerwerk was vergaan. Vloeren, muren, plafonds, alles moest
gesloopt en opnieuw gestoffeerd worden. Begonnen werd met het
storten van een betonvloer boven de kelder in de woonkamer.

Ook in
Frankrijk wordt dat met een zogenaamde "broodjes" constructie
gedaan. De elementen kunnen op maat besteld worden en de vloer wordt
op de elementen gestort.
Na het kaal
maken van alle muren en plafonds werd een nieuwe elektrische
installatie aangelegd door een plaatselijke elektricien. Het
Nederlandse systeem met centraaldozen kent men hier niet, alle
afzonderlijke voedingen worden naar een centraaldoos in de gang
gebracht en vandaar naar de kelder waar een moderne zekeringkast met
aardlekschakelaars zorgt voor de veiligheid. De hoofdvoeding komt
vanaf de straat door een lange mantelpijp onder de grond en de meter
is van het modernste type die door de EDF
(elektriciteitsmaatschappij) digitaal vanaf de straat wordt opgenomen.
Ook de
waterleiding wijkt af van wat we in Nederland gewend zijn. De
koperen pijp is twee mm. kleiner dan in Nederland, dus moet je
kiezen voor montage van Frans systeem, als je Nederlandse en Franse
onderdelen door elkaar gooit ben je een groot deel van de dag aan
het zoeken naar het juiste "elleboogje" of verbindingsstukje.


In de woonkamer
hebben we de twee oude kastdeuren behouden, evenals de meeste
binnendeuren in het huis. De open haard in de woonkamer was een van
de laatste klussen. De achterwand van kleine "bric" stenen is
origineel en hebben we tevoorschijn gehaald na flink wat sloopwerk.
De twee zijkanten van de mantel hebben we in originele staat
gerestaureerd en de grote zandsteen die de bovenkant vormt is een
steen die we in de ruļne in de tuin hebben gevonden waar hij
waarschijnlijk dienst heeft gedaan boven een deur. Het gevaarte
weegt bijna 200 kg.


Foto's van
tijdens en na de restauratie van de slaapkamer op de eerste
verdieping. De natuurstenen muren zijn door het hele huis voorzien
van een binnenwand van gips en stucwerk. Deze tweede wand vormt een
barričre tegen vocht en kou. De zeventig centimeter dikke zandstenen
muren zijn poreus en zuigen vocht op waardoor een reactie ontstaat
en salpeterzout wordt gevormd. Hierdoor komt stucwerk dat direct op
de stenen wordt aangebracht op den duur los. De ontstane spouw
tussen gips en steen voorkomt die narigheid en werd bovendien opgevuld met warmte-isolerend en
dampremmend materiaal. Door de combinatie van deze constructie met
ramen van hoge kwaliteit die zijn voorzien van dubbel glas is het
huis geheel tochtvrij geworden en zeer comfortabel. De dikke stenen
muren zorgen voor koelte in de zomer en de isolatie voor aangename
warmte in de winter.


Op de
zolderverdieping konden we helaas de prachtige dakconstructie niet
helemaal in het zicht laten, maar een deel van de spanten kunt u in de zolderkamers
nog zien.


Twee jaar na de
aanvang van de restauratie verschijnen de eerste meubelstukken in
het interieur en begint de leuke taak om het huis in te richten en
af te werken. We hebben dan al lange tijd alle spullen en meubelen
bij elkaar gezocht in Frankrijk en Nederland en het is altijd
spannend of alles wordt zoals je het je hebt voorgesteld.
Klaar?
In juni 2004
was de restauratie voltooid en de eerste huurders maakten gebruik
van La Colonie in juli van dat jaar. Het was een enerverende tijd
met onderhandelingen met Franse aannemers, nutsbedrijven en
autoriteiten en heel veel werk. Maar de samenwerking met de Fransen
verliep prima en er werd altijd vakwerk geleverd. Soms wat later dan
afgesproken, maar uiteindelijk kwam het altijd allemaal goed.
Zijn we nu
helemaal klaar? Nee, er blijft altijd nog wat te doen. Zo hebben we
deuren in de schuur laten maken van plaatselijk eikenhout en is het
terras inmiddels ommuurd.


En we zijn
begonnen met de restauratie van de ruļne in de tuin. Die ruļne ligt
grotendeels onder de grond en moest daarom deels uitgegraven worden.
Vervolgens metselen we de muren op en ontstaat een "follie"
waar je heerlijk kunt zitten in de schaduw van de bomen met een
prachtig uitzicht over de omgeving. De ruļne was vroeger
waarschijnlijk een schuur, maar niemand weet dat echt. Oudere mensen
weten niet beter dan dat het altijd een ruļne was.
De Fransen
vonden jaren geleden al dat gerestaureer van die oude rommel door
Nederlanders en Engelsen maar vreemd. Maar mooi vonden ze het wel en
regelmatig krijgen we complimenten voor de opknapbeurt van La
Colonie en komen er mensen voorbij met hun duim omhoog. En steeds
vaker zien we ook Fransen de restauratie van oude woningen ter hand
nemen. En zo worden langzaam de meeste oude "batiments" in de
omgeving behouden voor de toekomst. Maar we zien er helaas ook nog
steeds verloren gaan. Als het dak kapot gaat stroomt water in de
muren en spoelt het leem eruit. Binnen enkele jaren zie je dan zo'n
robuust gebouw helemaal uit elkaar vallen en na een tijdje rest
niets meer dan het opruimen van een hoop stenen.
Gelukkig is "La
Colonie" in elk geval voor verval behoed, het robuuste gebouw kan
voorlopig weer een hele lange tijd tegen water en wind.
Terug naar pagina 1, het
exterieur
terug naar de homepage