telefoon;

0113-644001

 

 

Copyright © 2003 Laatst bijgewerkt 08 juli 2015

De paarden van Maurice

Niet zover van Les Chauffours woonde jarenlang de stokoude Maurice met zijn paarden en witte poezen. Wie een paard over had kon hem of haar bij Maurice kwijt die er goed voor zorgde en menig paard een goede oude dag bezorgde. Maurice werd te oud om nog langer verantwoord zelfstandig te kunnen wonen en daarom woont hij nu bij zijn broer in een naburig dorp. We vroegen ons af wat er met de paarden zou gaan gebeuren, maar dat werd als gebruikelijk in de streek heel praktisch opgelost. In de winter worden de dieren elders gestald, maar in de zomer mogen ze nog steeds in de weilanden rond het oude huis van Maurice scharrelen. De twee oude baasjes (Maurice is rond de negentig jaar oud) komen elke dag de paarden verzorgen. Ze hebben er plezier in, en de paarden ook.


Mollen

Toen we in 1998 begonnen met het inrichten van de tuin van Les Chauffours werd al snel duidelijk dat de vruchtbare grond in de Perigord een rijk bodemleven kent. En een rijk bodemleven betekent veel regenwormen en veel regenwormen trekt ons belangrijkste ondergrondse zoogdier aan, de mol. Al die molshopen was geen gezicht en de messen van de maaimachine werden er bot van dus daar gingen we iets aan doen. Op efficiënt Nederlandse wijze hadden we elektronische apparaatjes in de grond gestopt die met vervelende piepjes de mollen zouden verdrijven. Gierend van het lachen cirkelden de Perigordijnse mollen rond de elektrische apparaatjes. Sterker nog, het leek alsof ze hun soortgenoten in de naburige weilanden op de koffie vroegen om samen nog eens smakelijk naar die nieuwe groene staven in de grond te kijken. Kortom, het werkte niet. De Fransen hebben ook van alles. Klemmen, ploftuigen die bij aanraking door de mol exploderen, er zijn zelf Fransen die met jachtgeweren op bewegende molshopen schieten.  Allerlei luchtjes in de grond stoppen, flessen met open hals ingraven, de gekste dingen worden bedacht. Helaas, ze komen en ze gaan, die mollen, en we hebben niet de indruk dat actieve jacht enig effect heeft op het aantal molshopen in het weiland. En als je je verdiept in het leven van de mol en de nuttigheid van het dier geef je de strijd al snel op. Een mol is een fraai dier met een korte zwartfluwelen vacht waarmee hij, dankzij een speciale plaatsing van de haren in de huid, even gemakkelijk voor- als achterwaarts door de gangen kan bewegen. Bij de meeste zoogdieren zijn de haren in een bepaalde richting geplaatst, meestal naar achteren, maar bij de mol kunnen de haren in de huidaanhechting kantelen, zodat ze niet blijven steken in de gangwanden als de mol achteruit krabbelt.

Kenmerkend voor de mol zijn de tot grote graafhanden omgevormde voorpoten, met elk vijf vingers met puntige nagels en een duimpje, waarmee het dier de ondergrondse gangen graaft. Er worden zowel oppervlakkige gangen als dieper gelegen gangen gegraven (tot op een diepte van 120 cm). De mol heeft kleine, slecht ontwikkelde ogen met een diameter van slechts één millimeter; hij is echter niet blind. Zijn belangrijkste zintuig is zijn spitse roze snuit die gevoelige snorharen en tastzenuwen bevat. Zijn kleine staartje (20-40 mm) wijst altijd omhoog.  In het voorjaar graaft het wijfje diep in de grond een centrale ruimte met verschillende gangen. De uitgegraven grond wordt gedeeltelijk gebruikt om de wanden van de gangen en ruimtes mee te verstevigen, het overtollige wordt door de achterpoten naar achteren en naar boven gewerkt, waardoor aan de oppervlakte de bekende molshopen ontstaan. De mol  slaapt rechtop, met zijn hoofd tussen de voorpoten. In de paartijd (februari-april) gaan mannetjes op zoek naar vrouwtjes. Ze verlaten hun territorium en graven lange mollenritten, totdat ze een vrouwtje hebben gevonden. In mei of juni worden de jongen geboren. De jongen zijn 3,5 gram zwaar. Alleen het vrouwtje zorgt voor de jongen. Na twee maanden zijn de jongen zelfstandig en verlaten ze het nest om een eigen territorium te zoeken, waarbij mollen met elkaar in gevecht kunnen komen. Veel mensen denken dat de mol blind is, maar dat is niet zo. Een mol kan enkel heel slecht zien. Zijn ogen zijn zo klein als speldenknopjes en zijn vacht zit ervoor. In dezelfde vacht zitten ook zijn oren, die uitstekend ontwikkeld zijn. Regenwormen zijn het belangrijkste voedsel van de mol. Daarnaast eet hij bijna alle andere dieren die hij in zijn gangen aantreft. Engerlingen, maden en andere insectenlarven, duizend- & miljoenpoten, naaktslakken en andere weekdieren. Een echte opruimer dus die bovendien ook met zijn gangen zorgt voor een uitstekende beluchting van de tuin. Soms grijpt hij ook een gewerveld dier, zoals een kikker. De mol verlaat zelden zijn gangenstelsel. Alleen om een nieuw territorium te zoeken, en een enkele keer om bovengronds insecten te vangen. De mol komt overal voor waar de grond geschikt is om in te graven (dus niet te zandig, te vochtig of te stenig) en waar zich voldoende regenwormen in bevinden (dus niet te zuur).  Om een of andere reden jaagt de mens altijd op de mol met wisselend succes, maar meestal trekt de mens aan het kortste eind. Een veel gebruikt middel is het plaatsen van mollenklemmen in de mollengang. Mits deskundig geplaatst werkt dat wel. De andere middeltjes zoals gebroken glas, pennen met een elektrische spanning, gifgas en klappertjes werken meestal niet. Wat mollen schijnt af te schrikken is de geur die door bloem van het bolgewas keizerskroon wordt verspreid. Het ruikt naar vossen.  Het zal wel. Wij hebben de strijd opgegeven en accepteren de mol als medebewoner van de tuin. De messen van de grasmaaier worden wat vaker geslepen en verder blijft de overlast beperkt, laat ze maar doen die mollen, ze zijn nuttig en nog grappig ook.   

 

Vos

In de buurt ziet u met een beetje geluk een vos. Vlakbij Les Chauffours was in de zomer van 2007 een hol met een moeder en jongen en u kunt deze slimme jager regelmatig tegenkomen. Een vos jaagt in de schemering, maar in stille gebieden als de Perigord geeft hij de voorkeur aan de dag. Een vos wordt normaalgesproken een jaar of tien oud, maar het verkeer eist af en toe een slachtoffer. Op de vos wordt in de Dordogne weinig gejaagd, je kunt hem immers niet eten en dat is voor de Fransman de belangrijkste reden om op jacht te gaan. De vos heeft het grootste verspreidingsgebied van alle roofdieren en komt voor op eilanden als Ijsland en de Falkland eilanden.  De meeste vossen in de buurt hebben niet de karakteristieke roodbruine kleur, maar zijn meer beige van kleur.  

 

Zwaluwen

Met de zwaluwen gaat het ook in de Dordogne niet zo goed. Waar nog maar een jaar of vijf geleden nog flinke zwermen zagen zijn vooral de boerenzwaluwen nu sterk teruggelopen in aantal.  Al eind maart komen de eersten terug van hun lange reis uit Afrika en cirkelen dan met veel gekwetter en behendigheid over de weilanden. Er worden meerdere broedsels uitgebroed en aan het eind van de zomer verzamelt zich door de vele jongen een inmiddels aanzienlijk grotere groep voor de grote sprong over de Sahara. Soms zie je ze op de daken van huizen, soms zitten ze in rijen op de telefoonlijnen. En dan op een dag zijn ze plotseling allemaal weg om in het vroege voorjaar weer terug te keren naar precies dezelfde plek. 

 

Boerenzwaluwen in Les Chauffours

In Les Chauffours is elk jaar wel wat bijzonders te beleven op het gebied van dierenleven. Hadden we een paar jaar geleden een succesvol nest ransuilen pal aan het terras, onlangs heeft een zwaluwenchtpaar gekozen voor een plekje boven de grote terrasdeuren van Les Chauffours om hun nest te bouwen.

De zwaluwtjes hebben een knap nest gebouwd tegen de binnenkant van de ronde muur voor de terrasdeuren (zie de onderste foto). Geen stille plek met mensen die in en uit de terrasdeuren lopen, maar dat deert ze klaarblijkelijk niet. De eerste vier eieren zijn gelegd dus over een week of vier zal het druk worden op het terras.

 

We hebben wat voorzieningen getroffen om vloer en deur te beschermen, want jonge zwaluwen houden er niet van het eigen nest te bevuilen, dat doen ze liever buiten de deur met als gevolg flink wat uitwerpselen onder het nest voor de zomer voorbij is.

Maar dat vinden we niet erg, over een paar weken komen de vier eitjes uit en dan wordt er nog 21 dagen voor de jongen gezorgd, we houden u op de hoogte.

update 23 juli:
Helaas was het nest niet succesvol, de eieren zijn weliswaar uitgebroed, maar het nest is verlaten en de jongen hebben het niet overleefd. Misschien dat een van de ouders is gesneuveld of is er iets anders gebeurd waardoor de ouders het opgegeven hebben. 

 



Foto Silvia Reiche - Les Chauffours 2008

Smaragdhagedis


De smaragdhagedis is  een van de grootste  hagedissen in Europa. De smaragdhagedis is groen van kleur, ook buiten de paartijd. De lengte is ongeveer 40 centimeter, de helft daarvan is staart. Het is een bodembewonende soort die door de bouw en grootte niet heel behendig is in steil klimmen, maar op lage muurtjes is deze soort erg snel. Het voedsel bestaat uit wat grotere prooien, grote sprinkhanen en krekels, maar ook vogel- en reptieleneieren en nestjonge kleine zoogdieren worden wel gegeten.  Leefomgevingen met veel lagere vegetatie hebben de voorkeur zodat geschuild kan worden, ook worden wel ondiepe kuilen gegraven of een oud konijnenhol bezet. Deze soort is onder meer door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bedreigd, en door CITES beschermd. De smaragdhagedis is bijna altijd uniform groen met een gele buik, meestal blauwe keel en een grijze staart. In de paartijd krijgen de mannetjes en soms ook de vrouwtjes een felblauwe keel en een fellere kleur groen op de flanken en rug, maar bij een koppeltje is meestal duidelijk het onderscheid te maken; de kleuren zijn feller bij de man en het lijf is langer en forser, en over de nek en het voorste rugdeel loopt vaak een zeer fijn patroon van lichte en donkere vlekjes. De juvenielen zijn egaal grijs met een groene buik als ze uit het ei komen, na een jaar krijgen ze een groene rug met twee rijen witte vlekken of twee vlekkerige strepen aan weerszijden van de rug en een gele buik en groenige kop. De eerste winterslaap stellen ze zo lang mogelijk uit; tot eind oktober zijn de jongen te vinden op jacht naar voedsel om een dikkere vetlaag aan te leggen. Na twee tot drie jaar zijn ze volwassen en krijgen ze de egaal groene kleur.

 
Foto
Silvia Reiche - Les Chauffours 2008

Natuurfotografe Silvia Reiche

Al enkele keren verbleef natuurfotografe Silvia Reiche in "Les Chauffours" om daar tijdens haar vakantie zeldzame vlindersoorten te fotograferen.

Silvia fotografeert met een digitale spiegel-reflexcamera, een EOS 20D. Ze staat elke morgen vroeg op, dan is het licht het mooist en is er nauwelijks wind. De meeste foto's worden namelijk met erg lange sluitertijden gemaakt en dan kun je geen wind gebruiken.

Silvia Reiche is op 13 juli 1969 geboren in Berlijn en woont sinds 1980 in Nederland. Dat was ook het jaar dat ze begon met het fotograferen van insecten en vlinders. Sinds 1991 fotografeert ze met Canon camera's en in 2005 ging ze over op de digitale D20 met twee macrolenzen, een 180 mm/5.6 van Sigma en een 180 mm/3,5 van Tamron.


Icarusblauwtje in de tuin van "Les Chauffours".

In 1998 heeft Silvia "Foto Reiche" opgericht. Via "Foto Reiche" verkoopt ze haar foto's en dia's. Silvia is aangesloten bij Foto Natura. Hier vindt u een serie foto's die ze rond Les Chauffours maakte.

 

Limousin koeien

In de omgeving van Les Chauffours staan veel koeien van het charmante Limousin ras. Dit ras, genoemd naar de Limousin, het departement ten noorden van de Dordogne, is goudbruin van kleur en de rustige dieren hebben een hoog "aaibaarheidsgehalte".  Maar feitelijk is het ras nog deels "wild". Zo worden de kalveren geboren in de wei zonder enige menselijke hulp en de kleine kalfjes kunnen binnen een aantal minuten staan en de kudde volgen. In de Dordogne kunnen deze koeien zomer en winter buiten blijven. Een dikke huid en winterhaar zorgen voor voldoende isolatie tegen de winterkou. De koeien staan in groepjes van zo'n twintig vrouwelijke dieren met een stier en kalfjes. De oudste koe heeft de leiding over zo'n kudde en de vaak geweldige stier loopt in de achterhoede. Hij wordt alleen actief als er een andere stier in de buurt komt. Daar wordt ie erg boos van en het gebeurt wel eens dat u 's nachts een klagelijk gebrom hoort vanuit het weiland als er een rivaal te dichtbij komt. Voor de verdediging van de kudde en met name de kalfjes zorgen de oudere koeien die soms, bijvoorbeeld als er een hond te dichtbij komt, samen een linie vormen. Als zo'n indrukwekkende aanvalslinie in volle galop op de hond afgaat zingt die meestal wel een toontje lager. Melk geven de Limousinkoeien slechts beperkt en ze worden dan ook zuiver voor het zachte magere vlees gefokt. De dieren lopen elke dag buiten in de weilanden, een extensieve vorm van veeteelt zonder loopstallen of krachtvoer en een prachtig gezicht, deze goudbruine koeien in het avondlicht.

 

Vlinders

Vlinderliefhebbers vinden in de Dordogne voor Nederland zeldzame soorten als de Koningspage en de Koninginnepage  en de Grote Vos (Les Chauffours). Maar ook de meer bekende soorten als Dagpauwoog, een keur aan Aurelia's, Atalanta, kleine vos en Distelvlinder.

 Klik hier voor meer foto's van dieren in de Dordogne

Scharrelvarken

Als u eens echte scharrelvarkens wilt bekijken kan dat vanaf de weg tussen Thiviers en Perigueux. Op een beschut gebied met grasland en bomen staan een groot aantal "huisjes" van staalplaat waar een flink aantal zeugen geniet van het buitenleven. Ze liggen lekker in de modder of scharrelen wat rond en zijn zichtbaar erg tevreden op het Franse platteland. De boerderij wordt keurig onderhouden en de voor varkens kenmerkende  penetrante geur is hier dan ook vrijwel afwezig. Als u de secundaire weg naast de hoofdweg neemt kunt u de dieren in alle rust van dichtbij bekijken.  

Kraanvogeltrek

In oktober verzamelen zich zo'n 40.000 kraanvogels op het eiland Rügen, afkomstig uit de Baltische staten, Zweden en Finland. Als ze zich volgegeten hebben met oogstresten beginnen ze de lange vliegreis van noord Duitsland naar Frankrijk en Spanje.

En die reis gaat precies over Les Chauffours in de Dordogne. Over het algemeen komen de luid kwekkende vogels in de eerste week van november over. In grote golven van honderden vogels vliegen ze over. Aan het eind van de dag dalen ze om te rusten en soms cirkelen ze in grote cirkels om te hergroeperen.

Het gaat gelukkig goed met deze prachtige vogels in Europa. Bijna 50.000 komen er tegenwoordig naar de Dordogne, waarvan er 35.000 overwinteren in Arjuzanx in Les Landes oostelijk van het huis. Hier overwinterden in 1982 de eerste kraanvogels, het is nu het belangrijkste overwinteringsgebied in Europa. De vogels op de foto's vlogen in oostelijke richting en waren aan de late kant, 15 november. Ze hadden de reis bijna volbracht. Maar sommige vluchten vliegen zuid/zuidoost, op weg naar Spanje. Dat zijn er ongeveer net zoveel als in de Dordogne blijven, zo'n 50.000. Kraanvogels zijn mooi weervliegers, als het een paar dagen heeft geregend en het klaart op, dan heb je de beste kans om ze te zien. De overtocht van deze grote vogels in massale aantallen is steeds weer een indrukwekkend gezicht.


Boomkikker

De mooiste en kleinste kikker in Europa is de boomkikker. Een bijzonder dier dat met speciale poten in staat is van tak tot tak te springen en dat is een vreemd gezicht voor een kikker. Ik fotografeerde deze in een sering in de buurt. Zelden heb ik een beter gecamoufleerd dier gezien, de kikker is vrijwel niet waarneembaar in het gebladerte. Maar hij verraadde zich door zijn witte buik te laten zien. De boomkikker kan een enorme keel opzetten met een blaasbalg die bijna net zo groot is als hijzelf.

 

 

Egel

De egel is dol op wormen en hoewel hij normaalgesproken in de schemering opereert, trotseerde deze een fikse regenbui overdag om wormen te vangen. Druk in de weer al trappelend en gravend zocht hij naar wormen in de tuin (en vond er een heleboel). Gezien zijn formaat heeft deze egel in de Dordogne geen probleem om voedsel te vinden.

 

Zevenslapers

De zevenslaper (Glis glis of Myoxus glis) is een knaagdier uit de familie van de slaapmuizen. De zevenslaper of relmuis is de grootste slaapmuis van Europa. De lengte kan variëren van 13 tot 19 centimeter, en het gewicht tussen de 70 en de 200 gram. Deze fraaie dieren hebben een pluimstaart die lijkt op die van een eekhoorn en een mooie grijze vacht met lichtere buik.

Zevenslapers komen in Zuid- en Midden-Europa voor, van Spanje tot Belgie, oostwaarts tot aan de Wolga. In Nederland komen ze niet voor, in Engeland wel, daar zijn ze in 1902 ingevoerd. Ze leven in volwassen loofbossen, parken, tuinen, boomgaarden en andere boomrijke gebieden, zowel op vlak als heuvelachtig terrein. De zevenslaper is een echte boombewoner, die zich voornamelijk in de kruinen van bomen ophoudt. Het is dan ook een goede klimmer. Ook op zolders komen ze voor en in spouw
muren. De zevenslaper is een nachtdier. Hij eet noten, zaden, vruchten, paddenstoelen, schors en insecten. In de zomer legt de zevenslaper een nest van mossen en vezels aan in de boomkruin, dichtbij de boomstam. Tot acht dieren kunnen gebruiken maken van deze nesten. De zevenslaper is een sociaal dier die leeft in los groepsverband. Net als andere slaapmuizen houdt hij een winterslaap. Deze duurt van oktober tot april (zeven maanden lang, vandaar de naam "zevenslaper"). De winterslaap wordt gehouden in een holle boom, een holte in een muur, een nestkastje of in een ondergronds hol, tot op een diepte van zestig centimeter. In de aanloop naar de winterslaap kweekt de zevenslaper een dikke vetlaag, waardoor hij soms wel tot 300 gram kan wegen. Tijdens de winterslaap verliest hij zo'n vijftig procent van zijn lichaamsgewicht.De paartijd valt van juni tot augustus. Een vrouwtje krijgt na een draagtijd van 31 dagen een worp van twee tot negen jongen. Vlak na de geboorte zijn de jongen nog naakt en blind. Een zevenslaper kan maximaal zeven jaar oud worden.

 

Wild zwijn op visite

In februari 2007 hadden we in Les Chauffours een wild zwijn op visite, waarschijnlijk op doortrek naar de grote bossen ten zuiden van het huis. Wilde zwijnen zijn erg schuw, maar hij of zij had de grond flink omgewoeld op zoek naar truffels, wortels en andere lekkernijen. In de afgelopen zeven jaar hebben we slechts drie keer zwijnen gezien. Ze zijn erg leuk, maar als u het geluk heeft ze te zien, wees dan altijd voorzichtig, zeker als er jonge gestreepte exemplaren bij moeder lopen. Ze is zeer beschermend en zal niet aarzelen haar jongen te verdedigen. 

Hagedissen en salamanders

Hagedisjes zijn overal. Iedereen is er zuinig op want het zijn geweldige insektenverslinders. Deze intelligente diertjes ziet u in de zomer op het terras als ze lekker opwarmen in de zon, maar ze zitten ook in de zon op muurtjes of gewoon in het gras. In de kelder van Les Chauffours woont dit vrouwtje marmersalamander. Traag scharrelt ze tussen kabels en tuinslangen. De foto op de muur is van een paar jaar geleden en de foto op de gele tuinslang nam ik in de zomer van 2008. De marmersalamander is een prachtig dier in glanzend groen met een felrode streep op de rug, reden waarom ze vaak in terraria worden gehouden. Ook in de Dordogne is het een zeldzame verschijning.

Een andere algemene gast is de trage, maar erg mooie vuursalamander (onder). Deze fotografeerde ik op het terras van Les Chauffours.

 

En tot slot de groene zandhagedis (onder). Die zijn forser dan de gewone hagedisjes en deze, die bij de schuur van Les Chauffours woont, zag ik een keer in looppas rennen voor zijn leven over het open grasland. Hij vormt dan natuurlijk een gemakkelijke hap voor een roofvogel. De foto werd genomen op het worteldoek rond de hortensia's bij Les Chauffours.

Een bijzondere vogel

Je komt deze vogel regelmatig tegen in de omgeving van het huis, maar afgelopen voorjaar hadden we er eentje op de schoorsteen van Les Chauffours. Het is de hop met zijn eigenzinnige kuif en prachtige vleugels met zwart witte banden. U hoort de roep "oepoepoep" regelmatig en met een beetje geluk komt u er eentje tegen. Rond het huis broedt de gekraagde roodstaart, u ziet hem jagen in de tuin, meestal vanaf een van de lage boompjes. Andere voor Nederland wat zeldzame soorten zijn de cirlgors en de prachtig zingende zwartkop. De buizerd en de torenvalk zijn zeer algemeen, maar ook de wouw en de sperwer is regelmatig te zien. De sperwer zagen we in de tuin van Les Chauffours jagen op kleine vogels. En als u pprrrrrrrrrrrr hoort..., dat is de bonte specht die op een boom timmert en zo de insekten voor zijn maaltijd wakker schudt. En boomklevers en boomkruipers hoort u tikken op noten om de lekkere inhoud te pakken te krijgen.

 

 

Insekten

Deze bosbeekjuffer fotografeerden we tijdens een wandeling in het bos achter Les Chauffours. De  bosbeekjuffer komt ook in Nederland voor, maar is erg gevoelig voor watervervuiling waardoor hij in ons land tamelijk zeldzaam is geworden. Het verschil tussen juffers en libellen is dat bij een libelle de vleugels in ruststand uitgespreid staan en bij juffers de vleugels dichtgeklapt zijn.