telefoon;
0113-644001
Copyright © 2003
Laatst bijgewerkt
01 May 2010 |

De walnotenboom
Toen de Romeinse legers noordwaarts
trokken om Gallië te onderwerpen, namen ze de zaden van de Juglans regia
mee, de walnoot. De bomen bleken zeer goed te groeien in de Perigord en
een groot deel van de Europese walnootproductie komt vandaag de dag uit
deze streek. "De vorstelijke noot van Jupiter" zoals de Romeinen hem
noemden, kwam oorspronkelijk uit Azië en werd 100 jaar vChr. door de
Romeinen meegenomen vanuit Griekenland. Behalve bron voor uitstekende
spijsolie kent de walnoot vele exotische toepassingen. Zo dacht men in
de Middeleeuwen dat walnoten geestesziekte konden genezen vanwege de
gelijkenis met de menselijke hersenen. Walnoten zijn behalve lekker ook
goed voor mensen met een moeizame stoelgang en een aftreksel van de
bladeren zou dodelijk zijn voor slakken. Als u onder een notenboom gaat
zitten heeft u weinig last van muggen, die hebben een hekel aan de lucht
van de bladeren. In de 19e eeuw gebruikte men walnotenolie voor de
vervaardiging van zeep en jonge vruchten worden gebruikt voor een
pikzwart en heerlijk aperitief; eau de noix. De schillen rond de noten
werden gebruikt voor zwarte kleurstof en het hout is fraai van tekening
en hard, een geliefd hout voor het maken van geweerkolven en meubelen.
De boom komt als een van de laatste in juni in blad.
Klik hier om te kijken hoe notenolie
wordt gemaakt in een eeuwenoude watermolen met uitsluitend waterkracht
van de rivier.
Tulpenboom
Een prachtige boom is de Liriodendron
Tulipifera ofwel de tulpenboom. Deze boom die stamt uit het oosten van
de VS van Amerika heeft zijn naam te danken aan de grote witte
tulpvormige bloemen die in juni uitkomen. Maar de eerste bloei is pas te
verwachten zo'n 25 jaar na planting en de boom in Les Chauffours is een
jaar of zes geleden gezet....
 .gif)
De boom wordt vaak geplant vanwege
zijn decoratieve blad dat prachtig geel en rood kleurt in de herfst. In
de oostelijke staten van Amerika is het met een maximale hoogte van 35
meter de hoogste boom en de Indianen gebruikten de stammen om kano's van
te maken, ze noemden het hout van de tulpenboom dan ook "kanohout".
Hoveniers van Karel 1 haalden de zaden van de Tulpenboom voor het eerst
naar Europa vanuit Virginia in 1656. In het iets warmere klimaat van de
Dordogne gedijt deze boom goed en groeit zeer snel.

Pseudo-acacia's in
bloei
In La Colonie bloeien in mei en juni
de Robinia's (Robinia pseudo-acacia). Deze boom werd genoemd naar Jean
Robin die de zaden in de 17e eeuw uit Amerika meebracht en in Parijs
daaruit de eerste Europese exemplaren opkweekte.

De toevoeging "pseudo acacia" komt
voort uit het feit dat de bladeren een klein beetje lijken op de echte
acacia. De Robinia treft in de Dordogne uitstekende groei-omstandigheden
en heeft dan ook de onhebbelijkheid rijkelijk uit te zaaien en de
talloze uitlopers groeien soms meer dan een meter per jaar. Het hout met
donkere kern is zeer taai en erg hard en de boom heeft grote scherpe
doornen. De attractie van de Robinia is de spectaculaire bloei met
trossen witte bloemen die heerlijk geuren. De bloemen zijn overigens
eetbaar.


Oude peer in La Colonie
Elk jaar in april bloeit een
stokoude pereboom aan de oprijlaan van La Colonie uitbundig. Een oude
buurman, die ver in de zestig jaar oud is, kan zich de boom niet anders
herinneren als een dikke oude boom. Misschien is deze dus wel tachtig
jaar oud of nog ouder en dat is oud voor een pereboom, maar bloeien doet
hij er niet minder om.

Sequoiadendron
giganteum
In de tuin van Les Chauffours hebben
we in 1998 twee Sequoiadendron giganteums geplant.
Ze waren toen 25 cm hoog. Op de eerste foto hieronder is de boom een
paar jaar oud. Sequoia's zijn onder de juiste omstandigheden zeer snelle
groeiers en zijn binnen dertig jaar hoger dan elke andere boom in de
tuin.

De exemplaren in Les Chauffours groeien
momenteel zo'n 80 cm. per jaar en die groeisnelheid neemt nog toe. Een
boom die dus duidelijk enige ruimte nodig heeft.

Zo zien ze er nu uit, alweer meer dan
3 meter hoog en drie en een half jaar na planten. Sequoia's worden uiteindelijk erg groot. Ze groeien zelfs
uit tot het grootste levende wezen op aarde en dus ook de grootste boom
in de wereld. Niet de langste, maar wel de grootste. In de Sierra Nevada
in California staan exemplaren van 2.500 tot 3.000 jaar oud met een
hoogte van meer dan honderd meter en een onvoorstelbare grootte. Van het
hout van 1 dergelijke boom kan gemakkelijk een heel dorp gebouwd worden.

De aanblik van de bomen in California
is ontzagwekkend en de prachtige bossen in de Sierra Nevada behoren tot de
mooiste natuurgebieden van de Verenigde Staten.

Als u dichter bij huis oudere
exemplaren wilt bewonderen, dan kunt u het beste
terecht in Engeland en Schotland waar de omstandigheden het gunstigst
zijn. Al zijn die bomen al zo'n 150 jaar geleden geplant, ze zijn toch
niet veel hoger dan 50 meter.

De meest indrukwekkende Sequoia's
van Europa vindt u in Benmore Botanic Garden in Schotland. 49 in 1863 aangeplante
bomen vormen hier de indrukwekkende Avenue of Giant Redwoods. De hoogste
meet 54 meter en is tevens de hoogste sequoia in Europa. Ook de rest van
de 143 jaar oude bomen meet meer dan 50 meter. De sequoia werd in 1833
ontdekt door goudzoekers in Amerika en de bomen in Benmore zijn dus
slechts 30 jaar later geplant. Ook in Nederland staan flinke exemplaren.
Bij kwekerij Eshuys in Boskoop staat een forse, geplant in de zestiger
jaren. De grootste staat in Brummen met een omtrek van 7,87 meter, maar
deze is niet openbaar toegankelijk. Een paar centimeter dunner, maar met
een hogere leeftijd, is de in 1876 geplante Sequoia bij huis Voorstonden
in Voorstonden, die kunt u wel bezoeken. Ook in Ede staat een flinke
tussen de brandweer en het politiebureau, deze werd geplant in 1885. Als u naar Excideuil rijdt kunt
u een groot
exemplaar zien aan de kant van de weg in een van de laatste bochten voor
u het stadje binnenrijdt. Die boom is minstens 100 jaar oud en
de bast begint rood te kleuren zoals de oude exemplaren in Amerika. Ook in de Dordogne worden ze uiteindelijk
dus heel groot, maar dat zal in Les Chauffours nog een flink aantal
jaren duren......
Wilde kersen
in Les Chauffours
Wie eind juni of begin juli in Les
Chauffours logeert vindt in de tuin zeven wilde kersenbomen tjokvol
kleine rode kersen, heerlijk om van de boom direct te eten of om een
taart van te bakken. Een van de bomen is zeker honderd jaar oud en een
meter of twintig hoog. Er hangen zoveel kersen dat de bewoners van het
huis en de vogels er vier weken lang elke dag van eten en nog blijven er
kersen hangen of vallen overrijp op de grond....... U krijgt ze echt
niet allemaal geplukt en opgegeten, het zijn er duizenden. De wielewaal,
de bonte specht, de merel en een scala aan kleine vogeltjes lusten ze
ook. In de eerste week van juli merkte een sperwer de bedrijvigheid in de bomen op en
die lust weer kleine vogeltjes met als gevolg dat het een heel gedoe
werd in de kersenbomen. De vogeltjes wisten op tijd te ontkomen en
kersen hingen er nog tot ver in juli.

En wie in april komt ziet weer een heel ander schouwspel, een prachtig
wit bloeiende kersenboom van twintig meter hoog, een indrukwekkend
gezicht.

|
Bijzondere
wilde planten
U vindt talrijke
bijzondere wilde planten die in Nederland bijzondere bescherming
genieten in de Dordogne gewoon in de berm of in de tuin. Hieronder een
paar voorbeelden, onder andere de sleutelbloem (primula) die zeer
talrijk is en overal in bermen en extensief beheerde weilanden het
voorjaar aankondigt. De foto werden genomen in de tuin van Les Chauffours.
 
Kuifhyacinten (muscari
comosum) komen veelvuldig voor in de maanden mei t/m juli. Deze
prachtige wilde bloem is in Nederland vrijwel uitgestorven en komt zeer
zeldzaam nog voor in Limburg en de duinen van Voorne.
 
Wilde orchideeën komen in de Dordogne veel voor. Ze staan soms in de berm, maar ook in weilanden en
bossen. Deze twee zijn gefotografeerd in de tweede helft van mei.

En dit is een hele vroege, al begin
april gefotografeerd in de tuin van Les Chauffours.
 
Knautsia hebben we in Nederland vaak
in de tuin, maar dit bloemetje groeit in de omgeving van de huizen
gewoon in het wild, meestal in overvloedig bloeiende bloemenweiden,
samen met grote margrieten en wilde euforbia.

Betonie vindt u niet alleen in de
Alpen, maar is ook zeer talrijk in de Dordogne. Deze is gefotografeerd
in juli in de tuin van Les Chauffours.

Malva alcea is verwant aan de bekende
stokroos en groeit overal in het wild en in weilanden. De Nederlandse
naam is kaasjeskruid, maar u zult hem nog maar zelden in ons land
tegenkomen.

Veldsalie is in Nederland en Belgie erg
zeldzaam geworden. Op de kalkrijke grond in de Dordogne is hij zeer
algemeen in velden en bermen waar hij uitbundig bloeit van mei tot
augustus.

Korstmossen
Veel bezoekers aan de
Dordogne denken dat de bomen een ziekte hebben of
aangetast zijn door een schimmel. Door de zuivere lucht
zijn de meeste bomen echter begroeid met korstmossen.
Hoewel korstmossen (of lichenen) op het eerste
gezicht plantachtige organismen lijken, zijn ze in
werkelijkheid de innige
symbiose van
twee verschillende typen van organismen: een
schimmel en een
groenwier of een
blauwalg. Aan de
buitenkant zit de schimmel, die dus ook de grove vorm
van het korstmos bepaalt. De algen verzorgen de
fotosynthese, en
produceren daarbij in plaats van de
suiker die
normaal gesproken wordt geproduceerd, speciale
suikeralcoholen die door de schimmel kunnen worden gebruikt.

Veel
korstmossen groeien zeer traag (soms niet meer dan 0,1
mm per jaar), en groeien daarom vooral daar waar ze niet
door
bloemplanten
kunnen worden verdrongen. Men vindt ze bijvoorbeeld vaak
op kale rots (bijvoorbeeld grafstenen en muren), waar ze
in tegenstelling tot echte planten op kunnen leven, en
soms zelfs in door kunnen dringen. Ze vragen niet veel
voedingsstoffen, en kunnen die vaak halen uit het stof
in de lucht. Ook kunnen ze in geval van uitdroging lange
tijd, vaak jarenlang, in een rustfase blijven, en na
toevoeging van water weer tot leven komen. Daarom vormen
ze een belangrijke component van het leven in de
poolgebieden en het hooggebergte, waar water grote delen
van de tijd alleen in bevroren (en dus onbruikbare)
toestand voorkomt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het
rendiermos
dat een groot deel van het jaar het enige voedsel van de
rendieren
in
Lapland
vormt. Ook zijn korstmossen een van de weinige
organismen die een verblijf van twee weken in het vacuum
en de extreem sterke UV-straling van het heelal kunnen
doorstaan.

Over de voortplanting van
korstmossen is niet veel bekend. Vermeerdering vindt plaats door
sporen, die over grote afstanden
door de lucht verspreid worden, en dan, als op de landingsplaats een
geschikte alg wordt gevonden, een nieuwe plant vormen.
Korstmossen zijn gevoelig voor
luchtverontreiniging.
Sommige soorten verdwijnen in gebieden waar de
concentratie
zwaveldioxide
(SO2) hoog is. De aan- of afwezigheid van
korstmossen wordt daarom wel gebruikt als een indicator
voor luchtverontreiniging. In gebieden waar veel
ammoniak
in de lucht zit (uit de landbouw) verdwijnen sommige
korstmossoorten. Andere soorten groeien echter beter met
ammoniak.
Baardmossen
en
struikvormige korstmossen,
zoals veel in de Dordogne voorkomen, zijn
het gevoeligst voor luchtverontreiniging, korstvormige
korstmossen minder.
 
Paardenkastanje
Deze
Aesculus hippocastanum,
zoals de Latijnse benaming van de
paardenkastanje luidt, staat voor het huis in La Colonie. De oude boom
is pakweg tachtig jaar oud.
Paarden zijn gek op de bruine glimmende kastanjes die in het najaar met
honderden naar beneden komen, maar ook herten lusten kastanjes. Voor de
mens is deze variant veel te bitter, maar wij eten wel de tamme
kastanje, die in de Dordogne veelvuldig voorkomt.

Zowel de tamme als de paardenkastanje bloeien fraai en deze boom staat in mei van top tot teen
vol met prachtige witte kaarsvormige bloemen. De paardenkastanje lijkt
in ons land inheems, maar is dat niet. Hij stamt uit Azie en de Balkan
en het eerste Nederlandse exemplaar werd pas in 1608 geplant. De
imposante boom stelt weinig eisen en groeit hard tot indrukwekkende
afmetingen. In La Colonie is de kastanje een heerlijke boom om onder te
zitten op een warme zomerdag. Vanuit de schaduw van het dichte
gebladerte heeft u een fraai uitzicht over de omgeving

Amandeloogst
De amandelen waren in augustus rijp.
Als grote smiley's springen de vruchten open en erin zitten pitten die
na een paar weken drogen opengemaakt kunnen worden met een notenkraker.
In de pit zit een heerlijke kern, de amandel. Een heerlijk nootje met de
verse smaak van Kerstkrans duidelijk te proeven.


Bloeiende amandel in La Colonie. De
amandel is de eerstbloeiende fruitboom en heeft een prachtige roze
bloesem. In La Colonie staan ze beschut op het zuiden en alhoewel ze in
de winter flink invriezen doen ze het prima in de hete zomers.
|