telefoon;

0113-644001

 

 

Copyright © 2003
Laatst bijgewerkt
07 juli 2015

De walnotenboom

Toen de Romeinse legers noordwaarts trokken om Gallië te onderwerpen, namen ze de zaden van de Juglans regia mee, de walnoot. De bomen bleken zeer goed te groeien in de Perigord en een groot deel van de Europese walnootproductie komt vandaag de dag uit deze streek. "De vorstelijke noot van Jupiter" zoals de Romeinen hem noemden, kwam oorspronkelijk uit Azië en werd 100 jaar vChr. door de Romeinen meegenomen vanuit Griekenland. Behalve bron voor uitstekende spijsolie kent de walnoot vele exotische toepassingen. Zo dacht men in de Middeleeuwen dat walnoten geestesziekte konden genezen vanwege de gelijkenis met de menselijke hersenen. Walnoten zijn behalve lekker ook goed voor mensen met een moeizame stoelgang en een aftreksel van de bladeren zou dodelijk zijn voor slakken. Als u onder een notenboom gaat zitten heeft u weinig last van muggen, die hebben een hekel aan de lucht van de bladeren. In de 19e eeuw gebruikte men walnotenolie voor de vervaardiging van zeep en jonge vruchten worden gebruikt voor een pikzwart en heerlijk aperitief; eau de noix. De schillen rond de noten werden gebruikt voor zwarte kleurstof en het hout is fraai van tekening en hard, een geliefd hout voor het maken van geweerkolven en meubelen. De boom komt als een van de laatste in juni in blad.
Klik hier om te kijken hoe notenolie wordt gemaakt in een eeuwenoude watermolen met uitsluitend waterkracht van de rivier.

 

Tulpenboom

Een prachtige boom is de Liriodendron Tulipifera ofwel de tulpenboom. Deze boom die stamt uit het oosten van de VS van Amerika heeft zijn naam te danken aan de grote witte tulpvormige bloemen die in juni uitkomen. Maar de eerste bloei is pas te verwachten zo'n 25 jaar na planting en de boom in Les Chauffours is een jaar of zes geleden gezet....

De boom wordt vaak geplant vanwege zijn decoratieve blad dat prachtig geel en rood kleurt in de herfst. In de oostelijke staten van Amerika is het met een maximale hoogte van 35 meter de hoogste boom en de Indianen gebruikten de stammen om kano's van te maken, ze noemden het hout van de tulpenboom dan ook "kanohout". Hoveniers van Karel 1 haalden de zaden van de Tulpenboom voor het eerst naar Europa vanuit Virginia in 1656. In het iets warmere klimaat van de Dordogne gedijt deze boom goed en groeit zeer snel.

 

Sequoiadendron giganteum

In de tuin van Les Chauffours hebben we in 1998 twee Sequoiadendron giganteums geplant. Ze waren toen 25 cm hoog. Op de eerste foto hieronder is de boom een paar jaar oud. Sequoia's zijn onder de juiste omstandigheden zeer snelle groeiers en zijn binnen dertig jaar hoger dan elke andere boom in de tuin.

 

De exemplaren in Les Chauffours groeien momenteel zo'n 80 cm. per jaar en die groeisnelheid neemt nog toe. Een boom die dus duidelijk enige ruimte nodig heeft.

Zo zien ze er nu uit, alweer meer dan 3 meter hoog en drie en een half jaar na planten. Sequoia's worden uiteindelijk erg groot. Ze groeien zelfs uit tot het grootste levende wezen op aarde en dus ook de grootste boom in de wereld. Niet de langste, maar wel de grootste. In de Sierra Nevada in California staan exemplaren van 2.500 tot 3.000 jaar oud met een hoogte van meer dan honderd meter en een onvoorstelbare grootte. Van het hout van 1 dergelijke boom kan gemakkelijk een heel dorp gebouwd worden.

De aanblik van de bomen in California is ontzagwekkend en de prachtige bossen in de Sierra Nevada behoren tot de mooiste natuurgebieden van de Verenigde Staten.

Als u dichter bij huis oudere exemplaren wilt bewonderen, dan kunt u het beste terecht in Engeland en Schotland waar de omstandigheden het gunstigst zijn. Al zijn die bomen al zo'n 150 jaar geleden geplant, ze zijn toch niet veel hoger dan 50 meter.

De meest indrukwekkende Sequoia's van Europa vindt u in Benmore Botanic Garden in Schotland. 49 in 1863 aangeplante bomen vormen hier de indrukwekkende Avenue of Giant Redwoods. De hoogste meet 54 meter en is tevens de hoogste sequoia in Europa. Ook de rest van de 143 jaar oude bomen meet meer dan 50 meter. De sequoia werd in 1833 ontdekt door goudzoekers in Amerika en de bomen in Benmore zijn dus slechts 30 jaar later geplant. Ook in Nederland staan flinke exemplaren. Bij kwekerij Eshuys in Boskoop staat een forse, geplant in de zestiger jaren. De grootste staat in Brummen met een omtrek van 7,87 meter, maar deze is niet openbaar toegankelijk. Een paar centimeter dunner, maar met een hogere leeftijd, is de in 1876 geplante Sequoia bij huis Voorstonden in Voorstonden, die kunt u wel bezoeken. Ook in Ede staat een flinke tussen de brandweer en het politiebureau, deze werd geplant in 1885. Als u naar Excideuil rijdt kunt u een groot exemplaar zien aan de kant van de weg in een van de laatste bochten voor u het stadje binnenrijdt. Die boom is minstens 100 jaar oud en de bast begint rood te kleuren zoals de oude exemplaren in Amerika. Ook in de Dordogne worden ze uiteindelijk dus heel groot, maar dat zal in Les Chauffours nog een flink aantal jaren duren......

 

Wilde kersen
in Les Chauffours

Wie eind juni of begin juli in Les Chauffours logeert vindt in de tuin zeven wilde kersenbomen tjokvol kleine rode kersen, heerlijk om van de boom direct te eten of om een taart van te bakken. Een van de bomen is zeker honderd jaar oud en een meter of twintig hoog. Er hangen zoveel kersen dat de bewoners van het huis en de vogels er vier weken lang elke dag van eten en nog blijven er kersen hangen of vallen overrijp op de grond....... U krijgt ze echt niet allemaal geplukt en opgegeten, het zijn er duizenden. De wielewaal, de bonte specht, de merel en een scala aan kleine vogeltjes lusten ze ook. In de eerste week van juli merkte een sperwer de bedrijvigheid in de bomen op en die lust weer kleine vogeltjes met als gevolg dat het een heel gedoe werd in de kersenbomen. De vogeltjes wisten op tijd te ontkomen en kersen hingen er nog tot ver in juli. 



En wie in april komt ziet weer een heel ander schouwspel, een prachtig wit bloeiende kersenboom van twintig meter hoog, een indrukwekkend gezicht.

 

Bijzondere wilde planten

U vindt talrijke bijzondere wilde planten die in Nederland bijzondere bescherming genieten in de Dordogne gewoon in de berm of in de tuin. Hieronder een paar voorbeelden, onder andere de sleutelbloem (primula) die zeer talrijk is en overal in bermen en extensief beheerde weilanden het voorjaar aankondigt. De foto werden genomen in de tuin van Les Chauffours.

Kuifhyacinten (muscari comosum) komen veelvuldig voor in de maanden mei t/m juli. Deze prachtige wilde bloem is in Nederland vrijwel uitgestorven en komt zeer zeldzaam nog voor in Limburg en de duinen van Voorne.

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde orchideeën komen in de Dordogne veel voor. Ze staan soms in de berm, maar ook in weilanden en bossen. Deze twee zijn gefotografeerd in de tweede helft van mei.

En dit is een hele vroege, al begin april gefotografeerd in de tuin van Les Chauffours.

 

Knautsia hebben we in Nederland vaak in de tuin, maar dit bloemetje groeit in de omgeving van het huis gewoon in het wild, meestal in overvloedig bloeiende bloemenweiden, samen met grote margrieten en wilde euforbia.

 

Betonie vindt u niet alleen in de Alpen, maar is ook zeer talrijk in de Dordogne. Deze is gefotografeerd in juli in de tuin van Les Chauffours.

Malva alcea is verwant aan de bekende stokroos en groeit overal in het wild en in weilanden. De Nederlandse naam is kaasjeskruid, maar u zult hem nog maar zelden in ons land tegenkomen.

Veldsalie is in Nederland en Belgie erg zeldzaam geworden. Op de kalkrijke grond in de Dordogne is hij zeer algemeen in velden en bermen waar hij uitbundig bloeit van mei tot augustus.

 

 

 

 

 

 

 

Korstmossen

Veel bezoekers aan de Dordogne denken dat de bomen een ziekte hebben of aangetast zijn door een schimmel. Door de zuivere lucht zijn de meeste bomen echter begroeid met korstmossen. Hoewel korstmossen (of lichenen) op het eerste gezicht plantachtige organismen lijken, zijn ze in werkelijkheid de innige symbiose van twee verschillende typen van organismen: een schimmel en een groenwier of een blauwalg. Aan de buitenkant zit de schimmel, die dus ook de grove vorm van het korstmos bepaalt. De algen verzorgen de fotosynthese, en produceren daarbij in plaats van de suiker die normaal gesproken wordt geproduceerd, speciale suikeralcoholen die door de schimmel kunnen worden gebruikt.

 Veel korstmossen groeien zeer traag (soms niet meer dan 0,1 mm per jaar), en groeien daarom vooral daar waar ze niet door bloemplanten kunnen worden verdrongen. Men vindt ze bijvoorbeeld vaak op kale rots (bijvoorbeeld grafstenen en muren), waar ze in tegenstelling tot echte planten op kunnen leven, en soms zelfs in door kunnen dringen. Ze vragen niet veel voedingsstoffen, en kunnen die vaak halen uit het stof in de lucht. Ook kunnen ze in geval van uitdroging lange tijd, vaak jarenlang, in een rustfase blijven, en na toevoeging van water weer tot leven komen. Daarom vormen ze een belangrijke component van het leven in de poolgebieden en het hooggebergte, waar water grote delen van de tijd alleen in bevroren (en dus onbruikbare) toestand voorkomt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het rendiermos dat een groot deel van het jaar het enige voedsel van de rendieren in Lapland vormt. Ook zijn korstmossen een van de weinige organismen die een verblijf van twee weken in het vacuum en de extreem sterke UV-straling van het heelal kunnen doorstaan.

Over de voortplanting van korstmossen is niet veel bekend. Vermeerdering vindt plaats door sporen, die over grote afstanden door de lucht verspreid worden, en dan, als op de landingsplaats een geschikte alg wordt gevonden, een nieuwe plant vormen.

Korstmossen zijn gevoelig voor luchtverontreiniging. Sommige soorten verdwijnen in gebieden waar de concentratie zwaveldioxide (SO2) hoog is. De aan- of afwezigheid van korstmossen wordt daarom wel gebruikt als een indicator voor luchtverontreiniging. In gebieden waar veel ammoniak in de lucht zit (uit de landbouw) verdwijnen sommige korstmossoorten. Andere soorten groeien echter beter met ammoniak. Baardmossen en struikvormige korstmossen, zoals veel in de Dordogne voorkomen,  zijn het gevoeligst voor luchtverontreiniging, korstvormige korstmossen minder.

 

 

Paardenkastanje

De Aesculus hippocastanum, zoals de Latijnse benaming van de paardenkastanje luidt, staat voor het huis. De oude boom is  pakweg tachtig jaar oud.  Paarden zijn gek op de bruine glimmende kastanjes die in het najaar met honderden naar beneden komen, maar ook herten lusten kastanjes. Voor de mens is deze variant veel te bitter, maar wij eten wel de tamme kastanje, die in de Dordogne veelvuldig voorkomt.

Zowel de tamme als de paardenkastanje bloeien fraai en deze boom staat in mei van top tot teen vol met prachtige witte kaarsvormige bloemen. De paardenkastanje lijkt in ons land inheems, maar is dat niet. Hij stamt uit Azie en de Balkan en het eerste Nederlandse exemplaar werd pas in 1608 geplant. De imposante boom stelt weinig eisen en groeit hard tot indrukwekkende afmetingen.