Geschiedenis Natuur Wandelen Dieren in de Dordogne Uitstapjes Wetenswaardigheden Bloemen en bomen Architectuur Foto's uit de Dordogne Historische foto's Voorjaar Zomer Herfst Winter Links Oude auto's in de Dordogne







telefoon;

0113-644001

Copyright © 2003
Laatst bijgewerkt
02 juli 2015

Het departement Dordogne was een van de 83 departementen die werden gecreëerd tijdens de Franse Revolutie, op 4 maart 1790 door uitvoering van de wet van 22 december 1789, uitgaande van de provincie Périgord. De roerige geschiedenis van de Dordogne gaat ver terug, naar de prehistorie.



De eerste prehistorische menselijke species, de Homo erectus, verscheen in de Périgord in de periode 500.000 - 300.000 v.Chr. De Neanderthalers verschenen 150.000 - 50.000 jaar v.Chr. De makers van de beroemde grottekeningen en –schilderingen waren echter Homo sapiens, die hier in het Paleolithicum (oude steentijd) woonden. Met name de Vézère-vallei bevat een groot aantal prehistorische vindplaatsen uit deze periode. Zij maakten vuurstenen werktuigen, trokken rond en leefden van de jacht en het verzamelen van voedsel. Van 33.000 – 10.000 v.Chr. (Jong-Paleolithicum) leefde in de Périgord de Cro-Magnonmens, die in technologisch en cultureel opzicht al veel verder was dan al zijn voorgangers. Het is in deze periode dat de rotstekeningen werden gemaakt, de eerste menselijke kunstuiting. Vanaf 6000 v.Chr. maakten de verzamelaars en jagers plaats voor neolithische landbouwculturen, die de grond gingen bewerken. Ook verschenen in deze periode de eerste gedomesticeerde dieren en aan het einde van het Neolithicum (3500 - 2000 v.Chr.) stonden in de Dordogne ook megalithische grafmonumenten.

In de koper- en bronstijd (v.a. 3000 v.Chr.) werd de Périgord bevolkt door nieuwe bevolkingsgroepen, o.a. herders. De bronstijd kenmerkte zich verder door de ontwikkeling van internationale handelsbetrekkingen. Vanaf de 6e eeuw v.Chr. vestigden zich in onder andere de Périgord Keltische (Gallische) stammen, waaronder rond Périgueux de zogenaamde Petrocorii (Keltisch voor ‘vier stammen’). Deze Kelten richtten versterkte vestingen op, zogenaamde ‘oppida’. Tijdens de verovering van Gallië door de Romeinen (122 – 51 v.Chr.) vormden deze oppida zelfs voor de Romeinen moeilijk te nemen obstakels.

In 27 v.Chr. werd de Périgord opgenomen in de Romeinse provincie Aquitania. De Romeinen bouwden in dit gebied thermen, aquaducten en amfitheaters, waarvan de resten nog her en der zichtbaar zijn. Verder werden er wegen aangelegd, ijzerovens gebruikt, goudmijnen geëxploiteerd en wijngaarden aangeplant. Dit alles zorgde ervoor dat de provincie Aquitanië verstedelijkte en economisch welvarend werd. De kerstening van de Périgord voltrok zich geleidelijk tussen de 4e en 5e eeuw. Hier kwam echter een eind aan in de 5e eeuw n.Chr. Het verval trad toen in en in 476 kwam er een eind aan het West-Romeinse keizerrijk. In de periode 235-284 waren er al invallen geweest door Alemannen en Franken.

Eind 5e eeuw kwam het Visigotische koninkrijk onder het gezag van de Merovingische koning Clovis te staan, de grondlegger van het Frankische Rijk. In 506 liet hij zich dopen om zodoende bij de bisschoppen en de christelijke bevolking in een goed blaadje te komen. In de 8e eeuw ontstond het graafschap Périgord, dat vervolgens in de 10e eeuw in vier baronieën (Mareuil, Bourdeilles, Beynac en Biron) werd opgedeeld en geregeerd werden door de families Turenne, Cardaillac en Castelnau. Het graafschap Périgord kwam in handen van het huis Talleyrand.

Eind 11e eeuw verlieten veel ridders de Périgord om zich aan te sluiten bij de kruisvaarders, die het door de Turken bezette Heilige Land wilden bevrijden. In de 12e en 13e eeuw waren het vooral de kloosters die veel geld, grond en macht hadden. Dit was ook de tijd van de ketterse Katharen, die zich over heel Zuid-Frankrijk verspreiden, op de vlucht voor het leger van de rooms-katholieke Kerk. 

Tussen 1337 en 1453 speelde zich onder andere in de Périgord de Honderdjarige Oorlog af. De rivier de Dordogne was op dat moment de grens tussen de strijdende Fransen en Engelsen. De aanleiding tot dit langdurige conflict was de scheiding tussen koning Lodewijk VII en zijn vrouw Eleonora van Aquitanië 200 jaar eerder in 1152. Zij nam haar bruidschat, waaronder de Périgord, mee, en trouwde in hetzelfde jaar nog met Hendrik II Plantagenet. Deze verkreeg hierdoor het hertogdom Aquitanië, en twee jaar later ook nog eens de Engelse kroon. De periode hierna vochten het Engelse en het Franse leger regelmatig op het grondgebied van de Périgord. In 1259 staat Lodewijk IX de Heilige bij het Verdrag van Parijs de Périgord af aan de Engelsen en probeert zo een einde te maken aan de Frans-Engelse twisten. In 1340 riep de Engelse koning Edward III zichzelf uit tot koning van Frankrijk en versloeg vervolgens de Franse vloot en het leger van Filips VI. In 1347 vestigde Edward zich definitief op Frans grondgebied. De laatste decennia van de Honderdjarige Oorlog waren voor de Fransen zeer zwaar en werden door Jeanne d’Arc beroemd. Zij nam het op tegen de Engelsen en zorgde ervoor dat Karel VII in 1429 tot koning van Frankrijk werd gekroond. In 1431 werd de “Maagd van Orleans” op de brandstapel ter dood gebracht. In 1453 verloren de Engelsen definitief de oorlog bij de Slag om Castillon en kon zich een sterk nationaal Frans bewustzijn ontwikkelen. Aan deze periode dankt de Dordogne haar honderden kastelen en burchten. De Franse kroon zou haar gezag pas eind 16e, begin 17e eeuw in de Périgord verstevigen.

Onder de bezielende leiding van Calvijn verwierf de Reformatiegedachte onder de adel van de Périgord veel aanhang. Rond 1550 was Frankrijk verdeeld in twee kampen: de protestanten of hugenoten en de katholieken. In de Périgord was een stad als Bergerac volledig in handen van de hugenoten, terwijl Périgueux, Sarlat en Cahors katholieke bolwerken waren. Tot aan het einde van de 16e eeuw woedde er een soms bloedige strijd en werden er vele katholieke bouwwerken en beelden verwoest. In 1589 besteeg Hendrik IV de troon en onder zijn bewind werd de Périgord een deel van het Franse koninkrijk. In 1594 start er een boerenopstand, die de armoede, de honger en de steeds hogere belastingen meer dan zat zijn. De boeren (‘croquants’) verloren de strijd en werden in augustus 1595 verslagen. In 1598 kwam er een voorlopig einde aan de godsdienststrijd met het Edict van Nantes, waarin door de tot het katholicisme bekeerde Hendrik IV de vrijheid van godsdienst geregeld werd. Direct gevolg hiervan was wel dat de Périgord vanaf die tijd rechtstreeks onder de Franse kroon zou vallen. De rust duurde echter niet lang en de vijandelijkheden tussen katholieken en hugenoten werden weer hervat. Deze keer dolven de hugenoten al snel het onderspit en in 1629 gaven de laatste ‘protestantse’ steden, Bergerac en Montauban, zich over. De meeste hugenoten vluchtten toen naar landen als Nederland en Engeland.

Vanaf deze tijd hadden de regio’s van Frankrijk te maken met de absolute macht van ‘Parijs’, tegenspraak werd niet meer geduld. ‘Hoogtepunt’ in deze was het motto van Lodewijk XIV: ‘L’etat c’est moi (de staat dat ben ik). Adel en geestelijkheid profiteerden hier erg van, terwijl de boerenbevolking leed onder belastingverhogingen en zwaar onderdrukt werd. Opstanden van boeren in de Périgord en elders in Frankrijk werden vooralsnog neergeslagen. Maar ook de burgers in de steden hadden weinig tot niets in te brengen, en het was dan ook niet vreemd dat burgers en boeren uiteindelijk gezamenlijk in opstand kwamen tegen het regime van de koning. In 1685 werd het Edict van Nantes door Lodewijk XIV herroepen en vluchtten veel protestanten uit de Périgord en uit Frankrijk weg. In 1707 breekt er een nieuwe boerenopstand uit in de Périgord en de Quercy, maar ook deze werd snel in de kiem gesmoord.

De revolutie begon met de bestorming van de Parijse gevangenis de Bastille op 14 juli 1789. Met verwijzing naar de leus ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ werden de rechten voor alle Fransen vastgelegd. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. De hoofden van Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antoinette werden afgehakt, evenals die van veel geestelijken en adellijke personen. Daarna ontstond er veel onenigheid tussen de revolutionairen zelf, met als gevolg een periode van terreur en verderf. Voeg daarbij een ernstige economische crisis, en de roep om een sterke man was niet verwonderlijk. Op 4 maart 1790 werd het departement Dordogne gevormd.



Die sterke man werd de op Corsica geboren Napoleon Bonaparte, op dat moment bevelhebber van het Franse leger. Hij vierde militaire successen in onder andere Italië en Egypte en liet zich in 1804 tot keizer kronen. In streken als de Périgord werd deze stap door de meeste mensen toegejuicht. De Périgord werd zelfs een bolwerk van de aanhangers van Napoleon. Verschillende van zijn generaals kwamen uit deze streek. In 1814 keerden de Bourbons terug op de Franse troon en in 1815 na de nederlaag bij Waterloo werd Napoleon verbannen naar Sint-Helena, waar hij in 1821 overleed. In de periode na Napoleon kwam de industriële revolutie goed op gang, met een grote rol voor de burgerij en het ontstaan van een arbeidersklasse. De 19e eeuw was echter een verre van rustige periode. In 1830 en in 1848 braken er nieuwe revolutionaire opstanden uit en na de laatste opstand werd de Tweede Republiek uitgeroepen. Ook in 1871 kwam het volk in opstand. De Frans-Duitse oorlog (1870-1871) zorgde ervoor dat Frankrijk Elzas-Lotharingen af moest staan aan Duitsland.

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Frankrijk Elzas-Lotharingen weer terug, maar dit was slechts een pleister op de wonde van de vele doden en gewonden die de oorlog Frankrijk gekost had. In de jaren dertig kwam in Duitsland Adolf Hitler aan de macht en in 1940 raakte Frankrijk verstrikt in de Tweede Wereldoorlog. De nieuwe regeringsleider Pétain tekende een wapenstilstand met Duitsland en was bereid om met de Duitsers samen te werken. Frankrijk was op dat moment verdeeld in twee zones, waarbij de Périgord in het onbezette deel van Zuid-Frankrijk viel. De Duitsers hielden echter geen woord en in 1942 werd de vrije zone alsnog bezet door de Duitsers. De Perigord vormde met de Creuse en de Limousin de kern van de Franse Maquis, het Franse verzet dat aanvankelijk werd gevormd door voor dwangarbeid gevluchte jongemannen en later werd samengesmeed tot een heus geheim leger, de FFI,  dat door de Duitsers moeilijk te bestrijden bleek. Door frustratie van de Duitsers als gevolg van de sabotage acties van de FFI in het moeilijk te controleren gebied kreeg de Perigord het met name in de jaren 1943 en 1944 hard te verduren met willekeurige executies en soms gruwelijke terreurdaden in onder andere Brantome. Op 6 juni 1944 begon de invasie van de geallieerden in Normandië en werd de Perigord in augustus 1944 bevrijd.



Na de oorlog vormden de verschillende verzetsbewegingen een regering, met uiteindelijk Charles de Gaulle, de grote man van het Franse verzet, aan de macht. De Périgord verkommerde economisch, te meer daar de industrialisatie van de landbouw, die zich in de rest van Frankrijk voltrok, aan deze streek voorbijging. De min of meer geïsoleerde streek bleef trouw aan zijn eeuwenoude economie en tradities zonder veel invloed van buitenaf.  Na de studentenopstand van 1968 werd De Gaulle opgevolgd door Georges Pompidou. Na Pompidou volgden Giscard d’Estaing (1974-1981), Mitterand (1981-1995) en Chirac (vanaf 1995). Sinds kort is Sarkozy hoogste baas van de republiek. Allen probeerden zij de regio’s meer zeggenschap te geven, maar in feite is daar nog niet veel van terecht gekomen. Wel is het systeem van decentralisatie een duidelijke tegenstelling in vergelijking tot de Nederlandse neiging tot centralisatie (gemeentelijke herindeling) en efficiency. De locale overheden staan dichter bij de burger, al heeft ‘Parijs’ het nog steeds voor het zeggen, ondanks regelmatige protesten. Voor de gemiddelde bewoner van de Perigord is Parijs ongeveer even ver verwijderd van hun wereld als Moskou of Amsterdam. De voltooiing van de autosnelweg van Orleans via Vierzon naar Limoges en Toulouse betekent de definitieve ontsluiting van de Dordogne aan het einde van de negentiger jaren en een groot aantal Engelsen en Nederlanders koopt een tweede huis in de streek of besluit er te gaan wonen. Deze nieuwe groep bewoners vormt een belangrijke economische factor voor de in de negentiger jaren sterk vergrijzende en verpauperende streek. In de afgelopen jaren zit de economie weer in de lift, al blijven oude tradities en werkwijzen alom tegenwoordig. 
 

 

 

Eleonora van Aquitanië

In de abdij van Fontevraud in de buurt van Tours liggen de middeleeuwse resten van een indrukwekkend grafmonument. Het beeld werd jaren na de dood van de vrouw gemaakt en het is daarom nog maar de  vraag of er enige gelijkenis was tussen het beeld en de overledene, maar de sierlijkheid valt onmiddellijk op. Wie was deze vrouw die deelnam aan de Tweede Kruistocht, vocht tegen een van haar zonen, koningin was van Frankrijk en van Engeland, scheidde van haar eerste echtgenoot en in opstand kwam tegen haar tweede? Eleonora van Aquitanië heeft de middeleeuwse geschiedenis van de Dordogne sterk beïnvloed en daarom dit stukje geschiedenis over een Franse vrouw die op de voor die tijd uitzonderlijk hoge leeftijd van 82 jaar overleed in het jaar 1204. De opmerkelijke geschiedenis van Eleonora gaf aanleiding voor het maken van een toneelstuk en later een speelfilm en een "remake", getiteld `The winter of the lion` waarin de rol van Eleonora werd gespeeld door Katherine Hepburn (1968) en later door Glenn Close (2001). Eleonora van Aquitanië was de dochter van Willem X van Aquitanië en Eleonora van Châtellerault. In de periode waarin Eleonora opgroeide, kwam aan het Aquitaanse hof de hoofse cultuur tot ontplooiing. Door de toegenomen welvaart in Europa kreeg de adel meer tijd voor aangename zaken en tijdens de kruistochten leerde men de Arabische cultuur kennen waar de kunst van levensgenieten verder ontwikkeld was dan in Europa. Langzaam ontstaat de zogenaamde hoofse cultuur, waar ons woord hoffelijkheid van is afgeleid. Gecultiveerde omgangsvormen werden eerst de norm binnen de adellijke elite, maar later in bredere lagen van de middeleeuwse bevolking. Bij deze cultuur pasten wellevendheid en respect voor de medemens. De hoofse cultuur ontwikkelde zich eerst in het zuiden van Frankrijk aan het hof van de grootvader van Eleonora, Willem IX, hertog van Aquitanië. Hij was een van de eerste troubadours die zijn poëzie onder andere wijdde aan zijn buitenechtelijke avonturen. Latere troubadours bezingen de schoonheid van Eleonora en als we de beschrijvingen mogen geloven was zij zo ongeveer de knapste en intelligentste vrouw in middeleeuws Europa. In 1137 overleed haar vader tijdens een bedevaart naar Santiago de Compostella. Eleonora is dan zestien jaar oud en erft de titel hertogin van Aquitanië. De zorg voor Eleonora wordt toevertrouwd aan de oude strijdmakker van Willem X, de Franse koning Lodewijk VI (de dikke) en die arrangeert al vlot een huwelijk met zijn eigen zoon, Lodewijk VII.  Maar amper een week na het huwelijk in 1137 sterft ook de koning van Frankrijk en is  Eleonora zowel hertogin van Aquitanië als koningin van Frankrijk. Ze werpt zich vol geestdrift op beide taken wat door sommige vazallen met bewondering, door anderen met ergernis werd ontvangen. Haar echtgenoot stond intussen bekend als een zeer vrome, timide man die zich voor staatsaangelegenheden graag op zijn vrouw verliet. Na een miskraam raakte Eleonora onder invloed van de vooraanstaande geestelijke Bernard van Clairvaux, die haar uitlegde dat haar losbandige levensstijl er de oorzaak van was dat ze geen gezond kind ter wereld kon brengen. Dit inzicht scheen Eleonora's religieuze belangstelling aan te wakkeren.